is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van een reis naar de voornaamste centra van Slavistische wetenschap en Slavische cultuur, 25 April-3 Augustus 1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij ongeveer al wat hij citeert in Praagsche bibliotheken voorhanden vindt. Het Museum Kral. C. geeft ook een tijdschrift uit, den Casopis Musea Kralovstvi Öeského. Dit kan, naar prof. Zibrt me verzekerde, als ruil-exemplaar aan de Leidsche Bibliotheek worden gezonden, en hoe meer wij hier beschikbaar hebben voor ruiling, des te meer kunnen wij ook aan andere cechische wetenschappelijke litteratuur langs dezen weg in Holland krijgen. Immers het M. K. C. beschikt over een groot aantal exemplaren van allerlei gewichtige edities, speciaal voor ruilverkeer bestemd. Ik hoop in overleg met den directeur der Leidsche Universiteitsbibliotheek weldra stappen in deze richting te doen.

Van de overige musea vermeld ik nog het Ethnographische Museum (Ndrodopisnê Museum Öeskoslovanské v Prazé); ik wil namelijk attent maken op de voortreffelijke dialektkaart van het cecho-slovakische taalgebied, die dit museum voor den prijs van 40 heller (met den museum-catalogus samen voor kr. 1,50) te koop heeft gesteld. Deze kaart is al weer een nieuw bewijs (naast standaardwerken als de historische grammatica en het oudcechische woordenboek van Gebauer), hoe benijdenswaardig hoog de studie van de moedertaal in Bohemen staat.

Het spreekt vanzelf, dat de Duitsche Universiteit van Praag voor een Slavist minder van belang is dan de Cechische. Toch heb ik niet nagelaten ook met prof. R. Trautmann, den hoogleeraar voor Indogermaansche en meer speciaal voor Slavische talen aan die Universiteit, kennis te maken, en de gezellige en leerzame conversatie met dezen jongen, mij reeds vroeger door een correspondentie bekenden geleerde blijft bij mij in aangename herinnering.

De beide Praagsche Universiteiten bezitten seminaren en aan speciale vakken gewijde bibliotheken. De inkomsten zijn in het algemeen laag. Zoo heeft het Slavische Seminar aan de Duitsche Universiteit slechts over 400 kronen jaarlijks te beschikken; daar staat tegenover, dat de Indogermanische Handbibliothek wel ongeregelder, maar veel rijkelijker regeeringstoelagen ontvangt. Aan de Öechische hoogeschool hebben de verschillende seminaren (bijv. 't Slavische, 't Cechische, 't Germaansche) elk eenige honderden kronen jaarlijks, voor een Indogermaansche handbibliotheek is aan prof. Zubaty een aanvangssom van 1500 kronen toegestaan; hij hoopt jaarlijks over eenige honderden kronen te kunnen beschikken.

In Praag bracht ik ook een bezoek aan Dr. Jos. Vajs, een ijverig onderzoeker en uitgever van glagolitische teksten. Deze worden gepubliceerd onder den titel Glagolitica door de Academiapalaeoslovenica te Veglia; dit Veglia is de hoofdstad van het gelijknamige eiland niet ver van Fi-