is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou kunnen komen om iets bij te dragen. De burgermeester had gezeid: «onze gemeente is rijk en zal veel geven» en zij dachten nu aan al die rijken en taxeerden ze volgens rang, positie en verondersteld vermogen. Zonder twijfel mochten zij vast rekenen op meneer de pastoor en meneer de onderpastoor; op meneer Fitór van het « kasteelken » en op meneer Triphon die binnen de dorpskom van zijn goed leefde. De rijke juffrouw Tona van Schouwbroeck zou stellis niet in gebreke blijven, evenmin als de welgestelde juffrouwen van Santen en de niet minder welgestelde juffrouwen Dufour. Er waren heel wat rijka, ongehuwde juff. ouwen op Donkerzele! En er waren ook veel rijke boeren zooals de burgemeester en zijn beide wethoudersen trouwens: zij herhaalden 't nog eens ter versterking van hun hoop', de burgemeester had immers plechtig in 't publiek beloofd, dat hij het er desnoods van t zijne bi; zou leggen, mocht er iets te kort zijn' ns en Z'J" vrouw staarden elkaar een oogenblik stilzwijgend aan en voor het eerst sinds de ramp, kwam er iets als een zweem van glimlach over hun lippen.

— Dat er ne keer te vele moest rondg'hoald worden! zei eensKlaps de vrouw met een soort angst.

— Te vele! Te vele! schrikte Dons op zijn beurt. Joa moar, wa neet-e te vele?

— Duuzen fran, bij veurbeeld, aarzelde de vrouw.

Ja, dat zou ook werkelijk heel veel zijn, heel wat meer dan de hoe mooi ook, waard was. Dons keek zijn vrouw met spanning aan en eindelijk verklaarde hij:

T~ ^pa es nou Selijk. Veel of weinig, den burgemeester moe ons toch alles geven dat hij veur ons van de meinschen ontvangt.

De vrouw hoofdknikte, onvoorwaardelijk goedkeurend. Dat was niet tegen te sprekenden dat troostte. Ja, al was er ook duizend trank, al was er twee duizend frank en meer, de burgemeester moest et hun toch alles afdragen. Zij kregen eensklaps een gevoel van weelde, iets als een bron die naar hen toe welde, in milden overvoed. De glimlach accentueerde zich op hun gezicht, hun oogen blonken en Dons, die nog den ganschen dag haast niets gegeten had, kreeg plotseling scherpen honger en vroeg aan zijn vrouw of zij mets voor hem had.

Wel zeker had ze wat, en nog wel iets heel lekkers ook. Zij ver-