is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't land gegoan. 'K goa d'r direkt achter leupen. Binnen vijf menuten ben ik weere!

Hij liet den burgemeester geen tijd om iets in 't midden te brengen; hij riep naar Falderie, zijn oudste dochter, die met twee emmers uit den stal kwam, dat ze den burgemeester eventjes in huis moest gezelschap houden en hem een glas bier of een borrel presenteeren; en weg was hij, het hek uit, het veld in, in een oogwenk buiten bereik en zicht.

Hij bleef echter heel wat langer weg dan vijf minuten en toen hij eindelijk terug kwam zag men weer bijna geen oogen meer in zijn gezicht van al de rimpels die hij trok.

— Da zijn nou toch dijngen! jammerde hij. 'k Miende dat 't wijf op 't land was en Vloaksken zeg mij doar da ze verder op getrokken es noar 't dorp toe, om commissies te doen.

De burgemeester, die zich in het gezelschap van ds knappe Falderie niet verveeld had, keek lachend op en antwoordde:

— Ha joa moar, w'n hèn wij moeder nie neudig, Guust, Falderie kan da euk wel doen.

De Waele rimpellachte tegen, maar keek zijn dochter veelbeteekenend aan.

— 'k Zoe 't heur toch eerst willen vroagen. Z'es 't z\j, die heur die dijngen aantrekt; est 't nie woar, Falderie? zei hij.

Falderie beaamde dat moeder zich uitsluitend met die soort van kwesties bezighield en dat ze 't bepaald kwalijk nemen zou als een van hen liet in haar plaats deed. Er was een korte stilte. .Zij keken elkaar wantrouwig aan.

— Weet-e watte, burgemeester, kom morgen ne kier weere; ge zil beschied hèn, zei eindelijk de sluwe boer.

De burgemeester grijnsde. Hij voelde dat hij voor den mal gehouden werd, dat hij niets krijgen zou. Het eenige wat hem met het plan van terug te komen eenigszins verzoende was het vooruitzicht dat hij de knappe Falderie, die hij eventjes in de dij geknepen had terwijl hij met haar alleen was, misschien nog eens zou kunnen pakken. Bezwaarlijk daarentegen was de gedachte dat De Waele misschien wel met baas Baete zou gaan praten en dat 't bedrog daardoor zou uitkomen. Hij stond op, teleurgesteld en toch niet heelemaal ontevreden; hij zei dat hij den volgenden ochtend zou terug keeien, drukte