is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van het prachtig kasteel stond nog één gevelmuur overeind Stukken behangpapier hingen er in flarden aan en door de rechthoekige gaten van wat eenmaal vensterramen waren geweest, zag meni groo. . d« zwarte vegen, als rouwlappen en rafels van gestolden rook.

1 H^plr^vafhe^ktsteel maakte een diepen indruk van verwoesting Het was alsof de boomen een Titanenstnjd onder elkaar hadden gevoerd. Het was alsof ze tegen elkander in waren gestormd en dan zoo waren blijven staan: kop tegen kop, stronk tegen stronk, gebroken, geradbraakt, versplinterd, met groote, witte w0"den' W^ door hun levenssap was h-aengevloden. En er waren groote, ka leesten in, als ruimten zonder atmosfeer noch leven.

De kerk had niets meer van een kerk. De kerk was ook een leege ruimte zonder atmosfeer, alleen vol verwrongen ijzeren staven en verbrijzelde steenblokken. Er was geen de minste wijding meer in die

""Maar 't kerkhof lééfde!... Op het kerkhof waren de granaten ingeslagen en hadden er de tomben omgewoeld. Het grafmonument der grafelijke familie was verbrijzeld en in den gapenden kelder s g men de half-vermolmde, groenachtig beschimmelde doodteten op schragen boven elkander staan. Naast den grafkelder der go elijke

familie waren nog andere kelders en monumenten. de een verweerd en oud met bijna onleesbare namen, de andere jong en nieuw, met versch-CTebeitelde> goudglinsterende letters, flonkerend als feestjuweekn En'overal lagen menschenbeenderen en stukken van hoofdschedels in 't gras verspreid, zooals ze door de ploegend-barstende gra

ten waren opgewoeld. ,, ... • .

De lindekens die rondom 't kerkhof stonden hadden bijna met geledenZü rij-den zich nog netje, me, hun doo,ee„g«s.,engeWe takken en twijgen aan elkaar, als een omsingelende heg van veiligheid die 's zomers zachte, stille poëzie en frissche schaduw geven kon.'Zoo omsloten zij geheel het kerkje en het kerkhof ^ beschermden er als 't ware een lange reeks van nog maar versch-gep ante, houten kruisen, waarvoor ik in langdurige bespiegeling bleef staan.

Ik las enkele opschriften en numen: « Hier ruht in Gott ge r. Heinrich X. Starb den Heldentod 25. 10. 1918.»

Dat stond met potlood op het witte hout geschreven. Ook met pot-