is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al waren ze sneeuwwit, er kwam „volk" en dus . moesten ze gewasschen worden. Twee dikke veeren bedden, waar nooit iemand op sliep, werden uit de respectievelijke bedsteden gehaald en in den tuin op stoelen gelegd. Ze werden geklopt, geschud, gekeerd tot ze ten laatste door al deze bewerkingen en door de koesterende zonnestralen wel tweemaal zoo dik werden. Kussens en dekens kregen een dito beurt. „Alles mot ers fiks zunnen," zei Stijntje, „en 't is niet zeker, dat mörgen de zunne weer zoo mooi schient. Ik bin moar liefst wat in 't veuren." In de kamer werd alles nat afgedaan : de bedsteden van binnen, de deuren en ramen, ja zelfs de grijze houten wanden en de glanzend zwart geverfde zolder. — „Stiene, Stiene! wat 'eb ie 't toch drok, donkt mij," riep buurvrouw, toen Stijntje juist even buiten kwam. Het was de nieuwsgierige Klaasje, die zoogenaamd eens in haar tuin rondkeek, maar die eigenlijk door de heg had gegluurd om eens te zien wat mooi beddegoed Stijntje we had. „Ja, jong!" riep Stijntje opgewekt terug, „denk er omme, wij kriegen volk!" En zonder verdere viagen af te wachten wilden ze weer aan 't werk gaan; maar zóó gauw was Klaasje niet tevreden. „Nou dan! kiek ers an!" zei ze, zich zoo stijf mogelijk tegen de heg drukkend; „zal 't er dan nou toch van koemen? t Borgemeistersvolk vaaste, hè? Nelly mit 't meachien? nou! nou dan! kiek ers an! Wanneer koemen ze?"

2