is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarboven hing de ketel met kokend koffiewater aan een aal, waarvan de omgebogen, dikke knop blonk als zilver. Geert zat in 't hoekje van den haard, met zijn voeten op de plaat en toen een weinig asch van het vuur viel, schoof hij die met zijn voeten, in grof gebreide wollen kousen gestoken, naar den rooster. Naast hem had Nelly plaats genomen, maar een weinig verder achteruit.

„Schik 'n beetien bij, Nelly!" zei Stijntje, „mij donk ie zullen wel kold wezen van dat stieve zitten in de punter, bin j' niet?"

„Nee, niet erg," zei Nelly, „alleen de voeten heb ik koud;" en Elsje zag hoe hare zuster nu ook bij den haard schoof en hare voeten zoo dicht mogelijk bij het vuur zette. Nu voelde Elsje ook plotseling, dat ze koud was en tegelijkertijd dacht Nelly aan haar zusje. „Heb je ook koude voetjes, Elsje?" Het kind kwam haastig naar haar toe: „ja, o, zoo koud!" „Och, dat schoap! zei Stijntje; „Annechien, 'eal ers gauw t kleine stoeltien van de deele. Annechien! woar bin j'?"

„ Ier, moeder! riep Annigje, die met haar zusje weer naar de deel was gegaan om naar Bello te kijken. Zij had het bevel harer moeder wel gehoord en kwam dadelijk met het stoeltje aandragen. „Op de pleate?" vroeg ze. „Ja, op de pleate; 'ier bij mij moar," zei Geert, „doar zit ze mooi tusschen mij en Nelly in, hè?" Elsje was onderweg al heel goede vrienden geworden

3