is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van „de lochte" en Nelly keek naar de wonderlijke schaduwen, die haar gestalte en die van Stijntje langs de stammen wierpen. Soms geleek uit de verte de weg versperd door een paar sterk overhangende wilgen, waarvan de lichtgrijze blaadjes een zilveren gordijn schenen te vormen, maar naderbij gekomen zag Nelly, dat ze deel uitmaakten vaneen natuurlijk berceau, zóó sprookjesachtig mooi als ze tot heden nimmer zag. De huizen, die ze voorbij kwamen, waren slechts vaag te onderscheiden; alleen door de kleine „hartjes" van de vensters blonk het licht helder naar buiten. Bij enkelen was niet gesloten en daar kon men van den weg af vrij naar binnen zien. In één er van zaten een man en vrouw met 6 k y kinderen om een grooten schotel dampende aardappelen, waarvan allen om strijd aten. Nelly kon niet laten er naar te zien. Hoe eenvoudig en tevreden zaten allen daar!

„Paas op, 'n vonder!" waarschuwde Stijntje, „iemoeten veur de voeten kieken," en even daarna: „nou komt er 'n brógge, 'eur!" Wat deze bruggen betrof, deze waren gemakkelijk te passeeren; hier werd alleen even van te voren de weg wat hooger en moest men, om op het brugje zelf te komen een flinke stap omhoog kunnen doen, maar dit was voor Nelly geen bezwaar. Men liep er veilig over, aan beide kanten beschut door dichte wanden. Maar bij de vondertjes wachtte Nelly zoolang tot Stijntje er eerst over was, om beter bijgelicht te