is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstemd en maakte in een P.S. slechts even melding van tantes verzoek.

Geert Kollen had zijn dagwerk volbracht en genoot een oogenblik rust, zittende op „de trappe" met zijn jongste kindje op de knie. Het was er een mooi plaatsje, zoo vlak aan 't water. De bovenste trappe, bestemd om er water te scheppen bij hoogen waterstand, diende als zitplaats, terwijl de voeten steun vonden op de onderste trappe, die nu in den zomertijd, nog even boven het water uitstak. Het oude huis was afgebroken en vervangen door een nieuwmodischer gebouw met meer kamers, wat met het oog op het toenemend gezin — er waren nu vijf kinderen — niet overbodig was. De avondzon scheen in de ruiten en wierp een gouden gloed in de kamer, waar Annigje, nu reeds een meisje van 16 jaar, ijverig met haar moeder aan 't naaien was,. „Kiek ers, moeder! doar komp de bode an,' zei ze, haar werk neerleggend, toen ze zag, dat de brievenbesteller Geert een brief overhandigde. Ze tikte tegen de ruiten. „Van wie?" vroeg ze. „Veur mij!" zei Geert plagend, maar hij kwam terstond in huis en reikte haar Elsjes brief over. „Nou, lees moar veur!" zei hij. ,,'t Is van Elssien, geloof ik." Men luisterde belangstellend en bij het P. S. bleef Annigje even wachten; toen las ze het langzaam voor en scheen even na te denken. „Woor prakkezeer