is toegevoegd aan je favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de helft af doen, dat is de vleierij; de andere helft daar mag ik gelukkig mee zijn en met deze helft kom ik dan hier. Nel, kijk toch niet zoo ongelukkig; ik zou haast denken, dat ik niet welkom was." „Foei, Elsje!" „Ja, ik kan 't niet helpen; je ziet er zeker tegen op om mij te leeren huishouden, hé? Maar het is je dure zusterplicht, hoor! Een meisje van 18 jaar moet toch een huishouden kunnen besturen! Stel je voor, dat ik later trouw, en alles in 't honderd loopt. Dan zeg ik tegen mijn man, als hij moe en hongerig thuis komt: het eten is zóó verbrand, dat er niets meer van over is, en ik heb ook noS geen tijd gehad je kousen te stoppen, dus moet je die kapotte nog maar 'n dagje aanhouden, maar hoor nu toch eens hoe verrukkelijk mooi deze hymne klinkt. Zoon eigen haard zou toch goud waard zijn ! we waren bepaald binnen de week al weer gescheiden. Nee, zus! je komt er niet van vrij!" En zingend en jubelend liep ze door huis, stoeide als een kind met Alcor en toen ze even alleen met haar vader in de kamer was, omhelsde ze hem en zei: „zeg vader, vond u dien Johan de Vries niet een erg besten man?" Vader keek Elsje eens aan. „Ja, kind! hij was erg solide, alleen wat verlegen." „Nou maar, hij is nu niet meer verlegen, hoor! het is nu toch zoon schattige man!" „Zoo, kind!" zei de burgemeester langzaam, „zoo! is het zóó gesteld?" „Ja, zóó is 't gesteld, maar nog een beetje anders als u denkt; ik zal u t geheimpje maar vertellen, u zegt