is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. Bodenstein.

Ik geloof waarachtig dat jij nog eenige illusie hebt... Zal ik, nu dat pak maar aantrekken ?

F r i t s.

Dat is te zeggen...

v. Bodenstein.

Nu, kerel, geen bezwaren, bij gelegenheid bewijs ik jou ook wel eens een dienst, ha ! ha !

Wacht, (Kaar de alcoof gaande.) je permitteert ? (Verkleedt zich in de alcoof.)

F r i t s.

Je directeurspak — je ambtsgewaad vertrouw je aan mij toe ?

v. Bodenstein, van uit de alcoof sprekende, vriendelijk.

De druiven zijn zuur, vriendje !

Frits.

Vervloekte kerel — hoe moet ik nu voort uit als die dokters er geweest zijn — weigeren dorst ik niet, die vent is zoo'n kwebbelaar.

v. Bodenstein, als boven.

't Is zelfs een heel chiek pak — jouw kleermakers-rekening zal wel beestachtig hoog zijn.

Frits.

Dat heb je er nu van als je iemand een dienst bewijst! (Ter zijde.) Wie 't laatste lacht, lacht 'fc best! Wat zal dat een tegenvaller worden, als ik eens uit de bus mocht komen ! — 't Is waar, die lieve, literaire wethouder Kempers, de man van 't etymologisch woordenboek, is mij wel niet bijzonder genegen en hij heeft eigenlijk de beslissing in handen... Enfin, ik heb toch altijd nog een beetje hoop.

v. Bodenstein.

Die grijze handschoenen mag ik zeker ook wel nemen.

Frits.

Wou je soms mijn portemonnaie ook nog?

v. Bodenstein.

Voor 't oogenblik, dank je.

2