is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boef.

Lou... Maak maar zoo'n ommeratie niet... ik snurk alweer.

Mina.

Mond dicht... begrepen ! (Boef wordt rustiger.)

Mina, schuift de alcoofgordijnen toe.

Mevrouw.

Goddank, hij wordt wat rustiger nu... Er moet onmiddellijk een verpleegster komen, of neen, geen vrouw, een broeder. (Er wordt geklopt.) Gelukkig, daar is iemand !

ZESTIENDE TOONEEL.

De Vorigen, Kempers.

Kempers.

Mag ik binnenkomen ? Dag, mevrouwtje, wat is er ?

Mevrouw.

Och, meneer Kempers, u hier... U is wel vriendelijk.

Kempers.

Ja, mevrouwtje, ik hoorde van Van Hoorn, dat onze Verbeek zoo eensklaps heel ernstig is geworden. Ik had juist redactievergadering, maar ik wilde toch eerst hier even oploopen. Hoe is 't met hem ?

Mevrouw.

Ernstig... Levensgevaarlijk.

Kempers.

Tju, tju. En wat heeft-i ?

Mevrouw, half huilende.

t Is bedenkelijk, ik heb weer naar den dokter gestuurd; die toestand kan hier zoo niet voortduren.

Kempers.

Maar u is zoo geagiteerd. U maakt u zelf ziek. 't Is voor u geen doen.

4