is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit geld mogen ze naar eigen goedvinden aanwenden. Is aan aardappelen behoefte, dan wordt daarvoor een bon afgegeven, is een deken hoog noodig, een bon verschaft die, steeds met aanduiding van een leverancier. Bij elke schenking kan de medewerker uit zijn lijst nazien, welk bedrag hij heeft besteed. Wanneer dus bepaald wordt, dat het brood of welk artikel ook in prijs moet worden verhoogd, dan beteekent dit, dat de medewerker spoediger het maximum-bedrag voor een ondersteunde heeft bereikt. In geen geval mag hij dit maximum overschrijden en reeds jaren geleden is daarom de bepaling gemaakt, dat de te veel besteede gelden moeten worden teruggegeven. Er is gelegenheid om extra-credieten aan te vragen en ook van zeer recenten datum zijn er voorbeelden, dat soms in een zeer korten tijd een aanzienlijk bedrag wordt uitgegeven om een gezin voor ondergang te behoeden. Vindt de medewerker het gewenscht huishuur te vergoeden, dan gaat hij overleg plegen met de hoofd-directie en zoo is 't hem steeds mogelijk om in bijzondere omstandigheden meer te doen, dan waartoe het eerst toegestane bedrag de vrijheid laat.

Maar we willen nog even aandacht schenken aan sommige artikelen, die uitgereikt worden of werden.

O IC hrnnn ihüi-H nn r\r\ \r nrHinnDlnn nnr nnfptü ion* n-nrlir»

11 J o

tribueerd, zooals reeds hiervoor gemeld een hoeveelheid van 390'/4 Agchelen, wat het tweede jaar was gestegen tot 1206. De stijging bleef aanhouden tot 18161 /2 in 1822/23, daarna kwam er een daling en in 1827/28 werd 13643/4 Agchelen uitgedeeld. Het volgend jaar ging men met een andere maat rekenen, met halve mudden. Er werden 1834 halve mudden verstrekt. Weer trad een stijging in en jaren achtereen waren er meer dan 2000 halve mudden noodig voor de ondersteunden. In 1844 45 werden de bons voor aardappelen nog op den ouden voet uitgereikt, maar het jaar daarna was 't nog slechts een geringe hoeveelheid, die uitgedeeld werd, want in dat jaar begon de hiervoor vermelde uitgifte van bons van de Commissie voor de Spijsuitdeeling. Meer dan dertig jaar bemoeide men zich niet met aardappelen, maar in 1878/79, het derde jaar van de tweede proef met de