is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit mag wel gezegd, staat nog stevig en zal dit in nog meerdere mate doen, wanneer de Leidsche burgerij haar krachtiger dan tot nu toe finantieel steunt.

Ze heeft slechter tijden gekend. De collecte, reeds even gemeld, is daarvan een bewijs. Dit geval staat niet op zichzelf. Het jaarverslag over 1879 80 maakt melding van een buitengewonen oproep, die ƒ 937.91 opbracht.

Verliezen zijn de Maatschappij niet gespaard gebleven. In 1848 berokkende de koersverlaging der effecten haar schade, in September 1867 werd om dezelfde reden verlies geleden, toen ten behoeve van kapitaalsuitbreiding van de Hulpbank effecten moesten worden verkocht en in September 1869 werd besloten in verband met de daling der koersen van aangekochte stukken met 11 pCt., hierop 10 pCt. af te schrijven. Een schadepost gaf ook het faillissement van een bankiersfirma in 1876. Deze aangelegenheid heeft de hoofd-directie veel werk bezorgd. De eene vergadering volgde op de andere. Hier ging 't om vijftien obligaties van een leening, die deze firma voor Weldadigheid had ingelost, maar in plaats van aan haar af te dragen bij een bank had verpand. De hiervoor benoodigde ƒ 1500 waren dus reeds betaald, maar het rechtmatig eigendom kreeg men niet. Rechtskundig advies werd ingewonnen, maar het einde was, dat slechts bij minnelijke schikking de Maatschappij voor ƒ 794.78 haar eigendom terugkreeg. Deze schadepost was niet grooter, wijl de advocaat in het geding, mr. Neeb, gratis zijn adviezen had verleend.

Maar dat zijn van die onaangenaamheden haast onvermijdelijk verbonden aan een zoo omvangrijk finantieel beheer.

Dat de Leidsche Maatschappij van Weldadigheid bij goede medewerking van particulieren haar arbeid kan en zal voortzetten, zooals ze tot nu toe deed, behoeft niet te worden betwijfeld.