is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

partijen recht op die middelen kan doen gelden (35). Ook bij de gemeenten in de Peuzelaarsteeg en op het Heiligland te Haarlem bestonden al vroeg soortgelijke aparte fondsen.

De secrete kas in de Peuzelaarsteeg is 2 Maart 1684 door de dienaren ter uitvoering van een besluit der broederhandeling van 7 Februari ïó83 opgericht, zoowel om leeraren die van elders een preekbeurt vei vulden reisgeld te verstrekken, als om de eigen leeraren zoo noodig te ondersteunen, terwijl de mogelijkheid niet werd buitengesloten dat het te eeniger tijd mogelijk zou zijn een vasten leeraar van elders te beroepen, (36, I), dan zeker liefst een „gestudeerden", zooals sommige gemeenteleden omstreeks dien tijd wenschten (D. G. Bijdr. 1863 bl. 149; Not. A. fol. 89 is bepaaldelijk sprake van „bequame persoonen van andere platsen"). Uit de gewone geldmiddelen zouden de diakenen jaarlijks twee honderd gulden verschaffen, terwijl verder van „liefhebbende ledemaaten" gaarne bijdragen werden ingewacht. De broederen hadden bepaald dat „de dispositie en t belijt ' der secrete kas zou zijn aan de dienaren. Deze op hun beurt droegen het bestuur der kas op aan di ie administiateuren, ad vitam gekozen, de eerste maal door en uit de dienaren, daarna telkens wanneer er een uitviel door een commissie, bestaande uit drie gecommiteerden van de dienaarschap en de twee overgebleven administrateuren. Eens in de tien jaar moesten desgewenscht administrateuren rekening en verantwoording doen aan twee gecommitteerden uit de dienaarschap, waarbij evenwel de namen der ondersteunde leeraren zouden worden gesecreteerd. Dat de broederhandeling het recht had over de gelden te beschikken, hoewel dat niet uitdrukkelijk beschreven was, werd algemeen, ook door de administrateuren als vanzelfsprekend erkend, en dat zij de dienaren machtigen kon het geheele bestuur der kas van administrateuren over te nemen werd in 1713 zoowel door deze laatsten als door de dienaren metterdaad erkend (II) (hoewel dienaren van oordeel waren dat zij bij de oprichting der secrete kas reeds eens en voor al door de broederschap gemachtigd waren', zoodat niet nog eens een besluit tot die machtiging noodig was geweest (37)).

Een onafhankelijke stichting, een „stichting in den zin der' wet" was de secrete kas dus allerminst. Zij was het eigendom der gemeente, door haar bijeengebracht met een bepaald doel, daarom ook afgescheiden van haar andere geldmiddelen en bestuurd niet