is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6) Van de toepassing van het recht der broederen of het recht der gemeente in de Peuzelaarsteeg en op het Heiligland bevatten de notulenboeken menig typeeiend voorbeeld. De onderteekening van den beroepsbrief voor Dr. Sluym in 1723 en de aanzegging van het beroep van Ds. Bremer in 1728 geschiedden door een commissie van vier, twee uit de dienaren en twee uit de broederschap, maar alle vier door de broederen gekozen (fo. 205 v. en 294); niet alleen verkoos de broederhandeling in 1713 de leeraren, maar van te voren had zij ook besloten dat er verkozen zouden worden, en wanneer, en hoeveel: „Den „i7den April bij broederen geresolveert om over vier weken, dat wesen „zal den i4den May een verkiezing te doen van drie Leeraren", „den „t4den May verkoosen door meerderheid van stemmen de broederen Jan „Corbé, Jacobus de Witt, Pieter van de Bogaert"; ook een jong hulpleeraar verkiest de dienaarschap niet uit zichzelf: „Zondag den „i4den May bij de broederschap zonder yemants tegenzeggen beslooten, „ingevolge de afspraak voor vier weeken, dat de dienaaren wort over»gegeven om een persoon uyt de broederen, die hoop mogt geven door „deugd en bequaemheid van gaven, de gemeente eenigen tijd in den „predikdienst te kunnen dienen, te verzoeken tot het doen van een pre„dicatie als een buytenman en zonder dat dezelve persoon daar mede „zal gehouden wesen voor een ordinair Leeraar der gemeente" (f°. 98); van de twee stemopnemers bij de diakenverkiezing is een uit de dienaren en een uit de broederen (Not. Blokfo. 124, 169, 153, 29r); de kerkelijke tucht geschiedt in hoogster instantie door de broederhandeling aan wie de beslissing is zoowel over de excommunicatie als over de wederopname van afgedwaalde schapen (b.v. not. Peuz. fo. 20, 49, 64, 74, ,77), en de dienaren handelen in dezen niet zonder advies van de „vinders der buurt" (fo. 107; verbastering van (op)sienders der buurt?); een storting van ƒ186.— ten behoeve van de Zwitsersche doopsgezinden geschiedt in 1715 op besluit van gecommiteerden te Amsterdam, ver genoeg weg, niettemin werd „aan de broederen hiervan kennis gegeven" (not. Peuz. fo. r22); broederen kiezen de diakenen maar bepalen ook vooraf hoeveel er zullen aftreden en in welke volgorde (Not. Peuz. 1715 fo. 118; Blok r689 fo. 57, 58, 66); in 1709 stelt de dienaarschap voor, ter verlichting van de leeraren de middagpreeken voorloopig af te schaffen, broederen geven er evenwel den voorkeur aan Willem van Ou kerke te verzoeken zich met den predikdienst te belasten (Not. Peuz. fo. 30), als de dienaren het geschil met den leeraar J b. de Vries in 1708 voor de broederen brengen, van oordeel dat dit „het recht der broederschap raakt", benoemen de broederen tien uit hun midden om met de dienaren de zaak af te doen (Not. Peuz. fo. 11); toen in i72t de dienaren op het Heiligland een voorstel der leeraren overbrachten aan de dienaren in de Peuzelaarsteeg om tot „meerder ontlasting der