is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo begrijpen wij die oude Vlaamsche zede „geen tijdelijke questieuze zaken dadelijk voor de gemeente te brengen maar voor daartoe bestemde bioederen (Doopsgez. Bijdr. 1863 bl. 153, zie ook de vijfde voorwaarde bij de vereeniging in 1638, noot 1), uit welke zede wellicht verklaard moet worden, dat het geschil tusschen kerkeraad en directeuren van de secrete kas in 1710 (37) zoolang sleepende kon blijven. Toch bedoelde die zede niet de gemeente haar recht te ontnemen. Als het neep moest zij (en niet b.v. een synodale commissie of een college van „buitenmannen \ ook in geschillen, uitspraak doen. Een der voerwaarden waarop Van Vollenhoven in September 1670 zich met Smet wilde verzoenen luidde : „de zaken, rakende de gemeente, sullen door deselve ordinaris „bij inductie (bij besluit van den kerderaad ?) „afgedaan worden, maar „indien eenige geschille soo hoogh mochten rysen, dat se door dien »wegh met konden beslecht worden, dat men 't geschil alsdan sal doen „eyndigen door 't meerendeel der stemmen" (D.G. Bijdr. 1863 bl. 158).

14) Notulen Blok juli 1689 fo. 57: „Is gerezolveerd bovenstaande resolutie (de regeling van het aftreden der diakenen) „aanstaande Zondagvoormiddag naa de predicatie de broederen voor te stellen en hen „smaakelijk te maaken".

15) Voorbeelden van zulke boeten, van zelfs vijf en twintig gulden, zooveel als honderd thans, vinden we reeds in de zeventiende eeuw. Not. Blok 1692 fo. 15, 81, 202, 448.

16) Teekenend is de wijze waarop in 1761 en 1763 de kerkeraad in de Peuzelaarsteeg de beroeping van leeraren aan de gemeente onttrok. De beroeping van den eersten academisch gevormden leeraar Ds. Bremer van Rotterdam in 1728 geschiedde behoorlijk in de broederhandeling en niet zonder „voor- en teegen reedenen"; de broederen brachten niet alleen bij meerderheid van stemmen het beroep uit, zij waren het ook die een commissie van vier mannen verkozen, twee uit de dienaren en twee uit de broederen om „daarvan aan Gemelde Joh. Breemer bij Solwijve (persoonlijk?) kennis te geven" (D fo. 294). Breemer bedankte en wederom door de broederen werd Ds. Ver laan uit Leiden beroepen met de bepaling dat, hoewel zijn tractement betaald zou worden uit speciaal tot dat doel toegezegde giften van eenige gemeenteleden, toch „hier meede geen Veranderinge omtrent het verkiesen van Leeraaren gemaakt werd" (fo. 295). In 1735 weigerden de broederen den hun dooide dienaren voorgestelden leeraar Jan Oortmante beroepen; een door hen ingestelde commissie van acht leden, vier uit de broederen en vier uit de diakenen beriep daarna Ds. Wijn al da en stelde diens beroep aan de broederen voor, die het goedkeurden (notulen fo. 341 v.). In 1744 werd Ds. Scharf van Leiden op voorstel van „Dienaren en Diaconen" met goedkeuring der broederhandeling beroepen, waarop deze twee uit de diakenen benoemde die met twee door de dienaren uit de