is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Harp en Willem Buijssant, geevende de eerste door zijn blijven het niet toestemmen te kennen, en verklaarende de Laatste daar tegen wel expresseselijk te protesteeren, met verzoek als het is aangetekent, daarvan berigt te doen, dit is toegestaan (In marg. N. B. de Resolutie deezes geëffectueert en afgerekent met de Directeurs der S: cas met het sluijten der boeken op ultimo December, 1739 waarvan quitantie).

19 Novemb. Donderd. Extra Comparitie, verscheind in de kamer Willem Buijssant, en Leest voor het opstel van een Insinuatie, nog ongetekent, waarbij geeijst word visie van 't geen voorlede Zond. is voorgesteld, voor vele Broederen die in de Broederhandeling niet tegenwoordig geweest zijn. Waarop geantwoord zijnde dat de dienaaren voorn. Willem Buijssant niets hadden te zeggen. Daarop komt de Notaris Wm. Baart en getuigen in de kamer en insinueert Do. Age Wijnalda als president en zijne Mededienaaren, uit naam van Wm. Buijssant, Lieve van Houtrijve en Pieter van dr Harp, dat de Broederen niet present geweest zijnde in de voorsz. Broederlijke Handeling, behoorde nogmaals te hooren Lezen, hetgeen toen was voorgelezen en zelf desnoods visie te hebben van hetgene was voorgelezen, of bij weigering protesteerden zij insinuanten in de kragtigste forma, waarop alleen geantwoord is, van wegen 't Collegie der Dien. Wij verzoeken Copij en 't is heel wel.

IX. Protest van Willem Buijssant ').

Den Eersten Notaris hiertoe versoght, geliefd sigh uyt den naam ende van weegen ons ondergeteeckende als meede Broederen van de Doopsgezinde gemeente, vergaaderingh houdende in de Peuselaarsteegh met twee getuygen te vervoegen in de kerkenkamer van deselve gemeente en aan den President van 't Collegie der Dienaaren van de bovengemelde Gemeente met naame Agge Wynalda, ende de verdere Dienaaren insinueeren ende aanseggen,

Dat offschoon in saaken van aangeleegentheid de voorstellingen aan de Broederen gedaan rijpelijk behooren te werden overwoogen en mitsdien des versoght off gerequireerd werdende volgens Costuyme in deselve gemeente, minstens ten tweede maaien te werden voorgeleezen, opdat de gezamentlijke broederen daar van des te beeter kennisse en begrip souden hebben en dus instaat mogten zijn de merites van dien wel te overweegen; egter nadat op den i5en deeser maand november 1739 in de vergaderingh van de voorsz. Gemeente door de Dienaaren aan de presente broederen waren voorgedragen saaken van groote aangeleegentheid, soo wel raakende het Leeraarsampt als de secreete kasse, daar op versoght zijnde dat die voorstellingen andermaal mogten geleesen worden, de voorsz.

1) Uit het stadsarchief door confrater Mr. J. W. Kool te voorschijn gebracht.