is toegevoegd aan uw favorieten.

Noord-Hollandsche menschen en dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En is dat nu de juffrouw? O, wat heeft u een keurig, helder, fijn, wit, lief mutsje op, juffrouw!" overlegt de zoon des huizes met een onheilspellend betrekkend gezicht: als zij moeder komen voor den gek houden, is daar de uitgang, waardoor zij binnengekomen zijn.

Doch in den loop van den dag komen de NoordHollandsche huislieden meer en meer tot het besef, dat niet zij het zijn, die bij het samenzijn met de stadsgasten de rol der belachelijkheid vervullen. Als reeds binnen het eerste uur van het bezoek de oudste stadsjuffer het vertrek komt indruipen, de mousseline japon sluik neerhangend en overdekt met kroos en slijk, dewijl zij, in het melkschuitje stappend, er aan het andere boord weder uitgestapt is; als binnen het volgende uur mijnheer, met koninklijke onbekrompenheid de kenmerken van het hoornvee aan het wolvee schenkende en omgekeerd, gevraagd heeft, of het schaap de moeder is van het jonge geitje, dat toevallig vlak bij het schaap zijn grillige sprongen uitvoert; als verder op den dag mevrouw haar aandoening heeft te kennen gegeven over de vriendelijke uitdrukking in de oogen van het mestvarken, terwijl ieder toch behoort te weten, dat men, om het vriendelijke voorkomen van een varken te beoordeelen, het dier niet vanvoren maar vanachteren heeft te beschouwen, aangezien het zwijn de aantrekkelijkheid van zijn wezen niet in de oogen, maar op de hammen tentoonspreidt; als nog tien-