is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleutertaal-psychologie van onschatbare propaedeutische beteekenis is voor allen, die er zich op toe leggen door te dringen in het labyrinthische zieleleven van de schooljeugd."

Van meer belang dan de verstandelijke vorming van het kind is de karaktervorming, immers het essentiëele van alle opvoeding. En is het kennen van de individualiteit om didactische redenen zeer gewenscht, beslist onontbéérlijk is het voor de karaktervorming. Om met succes te kunnen ingrijpen en leiden moet de opvoeder trachten zoo nauwkeurig mogelijk den karakteraanleg van z'n kweekelingen in het algemeen, en vooral van ieder afzonderlijk te leeren kennen, 'n Uitstekend middel daartoe is weer de studie der kindertaal. Kindertaal en karakter! Deze combinatie werd nog nooit of zelden gemaakt, en toch, bestaat er wel één wezen ter wereld, dat opener en eerlijker z'n aangeboren temperament neerlegt en uitviert in z'n speelsche stamelklanken, dan de twee-, driejarige dreumes, 'n Verblijdend feit mag het heeten, dat bij het geringe deel dat door Nederlanders tot de jonge wetenschap van het kind is bijgedragen, op het punt in kwestie het volle licht is gevallen. Ik bedoel de onderzoekingen van den Amsterdamschen onderwijzer H. A. M. Douw es, waarvan men 'n uiterst interessant verslag vinden kan in het eerste deel van het „Handboek der Nederlandsche taal".

Zoo zijn we als van zelf gekomen tot de poëzie der kleutertaal. Want ja, er is hier méér dan studiestof voor psychologen en opvoeders!

'n Vierjarige dreumes hoorde op zekeren dag, dat iemand in de Tuinstraat woonde. Onmiddellijk volgde de vraag: „Was dat n rozefazTi-straat of 'n grastuin-straat?" — Men denke zich even in in deze wijze van opvatten, en in helder licht zal komen staan een der vele tegenstellingen tusschen kind en volwassene. Voor ons is het woord vaak 'n verflenste kleur- en geurlooze bloem, die in de hitte van den langen zomerdag haar frischheid verloren heeft, voor het kind echter lacht het in glans van morgendauw en kleurigen toover.

Hoe zou het anders kunnen! De kleuter leeft in de zonnige lente van z'n jonkheid, dwaalt langs de paden van 'n wonderen wereld-