is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de benoeming van den vader de vier typische klankverbindingen pa, ap, ta, at, voor de moeder am, ma, na, an. Deze stammen komen voor ofwel onveranderd, of met suffix, als onze woorden vader en moeder. 'n Enkele maal vindt men de zaken juist omgekeerd, de t bijvoorbeeld in den naam van de moeder, de m in de aanduiding van den vader. Nog zij in dit verband, naar gegevens van T. J. d e Boer, gewezen op het Friesche deite, het kinderwoord voor heit = vader, en op iate voor moederborst.

'n Ander karakteristiek verschijnsel in de kleutertaal, dat zich reeds vroeger bij het brabbelen openbaarde, (en ook thans nog, want dit leuke spelletje wordt voorloopig niet gestaakt), is de zoogenaamde reduplikatie. De dreumes is niet tevreden met het korte ma, pa, doch maakt er van mama, papa; idem baba, nana, dada, wawa, gaga. Dergelijke dubbelvormen heeft men voor het grijpen; de heele kinderkamer is er vol van, en niet slechts de Hollandsche, maar ook de Duitsche, Fransche, Engelsche, etc. Meumann wijst, ter verklaring van dit verschijnsel, op de algemeene tendenz van onze psycho-fysische organisatie, om de eenmaal begonnen innervatie vol te houden, 'n tendenz, die zich dan bij het kind „ungehemmt" zou openbaren. We kunnen denken aan 'n soort van inertie, die bij den volwassene minder sterk aan het licht komt, omdat deze geleerd heeft willekeurig en remmend in de bewegingsprocessen in te grijpen.

Voor allerlei geluiden begint de kleuter zich in deze periode steeds levendiger te interesseeren, 'n bewijs, dat het gehoor voortdurend toeneemt in scherpte en onderscheidingsvermogen. Alle lawaai-makend speelgoed, 'n rammelaar, 'n ratel, 'n piepend poppetje, bezorgt hem intens genoegen. Kranten verscheurt hij, met allerlei voorwerpen slaat hij op de tafel of op 'n harden rand, zoodra hij ontdekt heeft, dat ze geluid geven. Honderd maal herhaalt hij zoo'n spelletje, puur om de oorenweelde, vaak tot ergernis van volwassenen.

En nu hij toch eenmaal aan 't imiteeren is, uit hij zijn belangstelling in alles wat klinkt, óók, door wat z'n oor bereikt, zoo goed mogelijk na te doen, o. a. het geruisch of geratel van instrumenten, machines, rijtuigen, wagens, treinen; het afloopen van 'n wekker; het tikken