is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den beugel, en wordt het kind „eines bessern belehrt". Bij zulke gelegenheden hoort de kleine dan soms het woord oom of meneer, en gaat daar de volgende weken erg kwistig mee om. Maar doordat de babbelmuts telkens en telkens op de vingers wordt getikt, begint hij al gauw z'n oortjes beter den kost te geven en luistert hij scherper, hoe anderen hun naampjes gebruiken. Nog 'n tweede pijnlijke ervaring noopt hem daartoe: hij konstateert namelijk herhaaldelijk, dat de huisgenooten z'n bedoeling verkeerd begrijpen, als hij in z'n universeele taaltje bezig is, wat soms 'n heele teleurstelling inhoudt.

Bovendien, betrekkelijk spoedig begint de nevel, waarin hij bij het begin van z'n tweede levensjaar de buitenwereld zag, op te klaren. Er komt meer lijn en teekening in z'n waarnemingsbeelden; hij begint scherper de grenzen der dingen te onderscheiden, ziet nu niet slechts dezen of dien boom, maar ook het heele bosch, en tevens telkens meer afzonderlijke boomen naast de twee of drie, die reeds dadelijk opvielen. Zooals men, 's avonds bij lichtbetrokken hemel naar boven kijkend, eerst één, drie, tien sterren ontdekt, maar, bij nauwkeurige observatie, steeds méér lichtende punten opmerkt. Papa is nu niet meer uitsluitend 'n wezen-met-'n-baard, de kleine ziet ook de heele gestalte, onderscheidt het stemgeluid, en de gelaatstrekken, en merkt verschil tusschen den meneer die toevallig wel eens op bezoek komt, en den man die dagelijks met hem speelt en altijd tegenover moeder aan tafel zit. Differentiatie in de waarneming heeft natuurlijk ook differentiatie in de voorstellingen ten gevolge. Ook in de innerlijke beeldenwereld van den kleuter begint meer lijn en kleur en vorm te komen. Vroeger golfde en vloeide alles ineen in stage eenvormige wisseling; nu echter beginnen steeds meer vaste punten uit de vloeiing omhoog te steken; punten die den kleuter lief en vertrouwd zijn en die hij onmiddellijk opnieuw ontdekt en weer terug kent; 't zijn de beelden der dingen uit z'n dagelijksche omgeving, die gezellige maatjes voor hem zijn geworden.

Parallel met deze geestelijke vorderingen loopt de specialiseering