is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK. NOU ZEG KEESJE 'T GOED,

MOEDER!

Zoo juicht Keesje, als hij er een moeilijk woord na veel moeite goed uitkrijgt. Want tegen het einde van het derde levensjaar, gaat de aandacht van den kleuter gewoonlijk een tijd lang scherp op den fonetischen vorm der woorden letten. In hoofstuk IV zagen we, dat de 1 '/2-jarige gewoonlik de drieklanken (mkl -f- kl -f mkl.) onder de knie heeft. De volgende 18 maanden worden snelle vorderingen gemaakt en de drie-jarige heeft het meestal zóóver gebracht, dat hij de gewone, niet al te moeilijke woorden tenminste niet zoo héél erg meer radbraakt.

De allermoeilijkste medeklinkers zijn de w, de l en de r; de meeste tweejarigen kunnen die nog niet maken. In den loop van het derde jaar komen ze doorgaans voor den dag. Eerst de w, voorop de bilabiale of Engelsche, daarna de labiodentale of Hollandsche. Dan de / en ten slotte de r; met de laatste hebben soms zesjarige kinderen nog te tobben. We wezen er reeds op, dat Keesje de r leerde vóór de w en de /, en de l regelmatig door de r verving.

De groote moeilijkheid in deze periode bestaat evenwel niet in het articuleeren der afzonderlijke medeklinkers, maar in het naspreken van geheele woorden, die uit meer dan drie klanken bestaan. De vorderingen hebben het volgende verloop: le. woorden met 2 konsonanten achteraan, 2e. met 2 konsonanten vooraan, 3e. met 3 kons. achteraan, 4e. met 3 konsonanten voorop, 't Is wel merkwaardig, dat bij onze nieuwe leesmethodes, zooals die van Hoogeveen en van Reijnders-Doumen precies dezelfde gang wordt gevolgd, alhoewel aan de samenstellers deze eigenaardigheid in de kleutertaal-ontwikkeling waarschijnlik totaal onbekend was.

Als eerste woorden van het type m -f- k -f m -j- m werden van Keesje genoteerd: pats, fiets, muts, alle met ts aan het eind. „De s is de plooibare medeklinker bij uitstek; we kunnen hem zoo zachtjes tusschen de tanden laten uitsuizen." Moeilijker dan ts is st; daarom zei Keesje omstreeks dezen tijd kats voor kast en