is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond steeds z'n naam met 'n royale gift. Op de societeit, waarvoor men hem niet had durven deballoteeren, was hij aan de bittertafel 'n gezellig prater en Zaterdagsavonds 'n verwoed kaartspeler, die tot het laatste op z'n post bleef en, eenmaal als allemachtig joviale kerel ontdekt, joviaal en vrijgevig, — waren de vrienden heel gauw gekomen. Maar de familiekringen bleven vooralsnog gesloten voor den zoon van den ouden Meerhold. De Leyters waren de eersten, die hem ontvingen en in de verschillende coterietjes viel daarover menig woord van afkeurende verwondering. De Leyters, die 't hoofd zoo hoog droegen., wat 'n onbegrijpelijke, bespottelijke aanhalerij was dat nou toch, werd er gecritiseerd. En als 't soms voor Suus was, dan was het nog gekker, want. . nou ja, je deed maar het beste over de familie Meerhold te zwijgen, al mocht de jongen dan geen aardje naar z'n vaartje hebben. . .

Evenwel, wat niet gezegd werd door de mama's van huwbare dochters, ofschoon zij meer dan anderen misschien het voelden: het gesloten-houden van haar kring voor den zeer gefortuneerden jongen man was 'n domme onhandigheid geweest, 'n gebrek aan doorzicht, het laten glippen van 'n kans. Nu smaalden ze in jaloezie op de weinig fijngevoelige sluwheid van Henriet Leyter. . . en volgden van lieverlee haar voorbeeld. Zoo kenterde de publieke opinie ten opzichte van Henri Meerhold.

Intusschen, zoo gretig als het leek, was Meerhold toch niet door de Leyters ontvangen, de eerste maal, dat Jacob hem meebracht. Vooral Herman was koel-gereserveerd geweest, beleefd maar eenigszins hautain-teruggetrokken. Er was toch wel veel in hem, vond hij herhaaldelijk, wat herinnerde aan z'n vader, al was dat mogelijk louter uiterlijk, 'n zeker gebaar, de klank van z'n lach, het trekken met z n mond. En Leyter had te dikwijls met den ouden Meerhold op gespannen voet gestaan om voor den zoon nu maar aanstonds sympathie te kunnen voelen. Ook bestond er nog altijd bij hem 'n zeker wantrouwen ten opzichte van z'n karakter. Maar Henriet was terstond met hem ingenomen om z'n knap uiterlijk, z'n hoffelijkheid, z'n aangename, gladde manieren en uit 'n soort van medelijden, wijl hij handig