is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja-ja, zeker . . . dank je, alles best, goddank," antwoordde Leyter, terwijl hij Meerholds hand krachtig drukte en hem z'n hoed afstond, daar z'n aanstaande schoonzoon dien voorkomend opeischte.

„En misschien trek u ook even uw demi uit?"

„Och nee, die zal ik maar aanhouën . . . zoolang blijf ik niet hoor ... ik kwam maar even . . ."

Meerhold meende 'n soort nerveuse bedremmeling bij z'n schoonvader te bespeuren en de vrees voor 'n mogelijk min of meer pijnlijk onderhoud rukte hem terstond weer uit z'n moeilijk verkregen gerustheid. Maar opgewekt, zonder eenig blijk van verwondering of ontroering, draaide hij met 'n handigen zwaai den loggen fauteuil tegenover z'n kantoorstoel en noodde, overdreven hoffelijk, plaats te nemen.

Kalm, bijna behoedzaam, liet de brander zich neer op de weeke veering der breede zitting en, tusschen de wijde omvaming van de kussen-achtige armen, leek z'n lichaam te verschrielen tot de hoekige magerte van ouden man. Het trof Meerhold, toen hij tegenover hem zat, hoe moe hij er uitzag en hoe scherp de zorg hem in z'n smal gezicht was geëtst; hij voelde bij intuïtie, dat Leyter niet kwam om strengelijk rekenschap te vragen van het een of ander maar veeleer met 'n verzoek. Z'n even-gewekte gewetenskwelling was onmiddellijk tot rust gebracht, maar nu brandde verwonderde nieuwsgierigheid. Nochtans luisterde hij onverstoorbaar kalm toe, zonder Leyter te onderbreken, al was het hem aanvankelijk niet duidelijk, waar deze heen wilde. Maar toen, na 'n wat langzame, als moeilijk gevonden inleiding — hij, Leyter, had al zoolang plan gehad om 'ns met Meerhold te komen praten, omdat hij in hem 'n echt zakenman zag, iemand, die wat van de wereld had gezien en allerminst conservatief . . . maar telkens was er wat tusschen gekomen, had-ie dit onderhoud uit moeten stellen — toen, na die wat aarzelige, in afgebroken zinnen gezegde inleiding, Leyter aan het eigenlijke doel van z'n bezoek kwam, verdween al betoogende het slappe, moeë uit z'n gezicht en het mat-weifelende uit z'n houding, vond Meerhold in hem terug, wat hij hem diep-innerlijk benijden kon : de natuurlijke, bijna rhythmisch-sierlijke voornaam-