is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ik zal geven." En z'n dikke, zweeterige hand viel plompend op het stapeltje kaarten.

„Stommeling," siste van Deumen en keerde zich af. Gejaagd, als om het einde niet te zien, trok hij z'n jas aan en verdween zonder groet.

Kellenaars, 'n paar ledige glazen in de hand, dook op tusschen de gordijnen uit het diepe vóór-donker en z'n schorre drank-stem spoorde aan tot spoed.

„Ik mot sluiten, heeren."

„Jawel; 'n oogenblikje," snauwde Jacob. ,,'t Is nog geen twaalf uur." Hij was weg in meelevende spanning. „Toe nou, Frits, geven. Je wascht verdikkeme de kaarten, of je leven d'r van afhangt," haastte hij echter toch, wijl Boekeihorst, als om tijd te winnen, met log handen-beweeg de kaarten door-een liet glijden, nadenkelijk-zwijgend. Eindelijk besloten, gaf hij.

En het was al in 't begin, bij de zevende of negende kaart, welke hij keerde, dat hij Meerhold harte-aas gaf.

Als gold het 'n leuke mop, kort-schetterde de nerveuse gier-lach van Jacob en Boekelhorst met 'n pijnlijk-verwrongen gezicht en ruw gevloek, lachte mee. 't Was of de duvel d r mee gespeeld had. In 't begin had-ie zoo lief zitten verdienen en nou was-t-ie z'n zoet winstje kwijt en nog twee honderd pop op den koop toe. Eigenlijk te veel voor 'n gesjochten jongen als hij was ... Maar enfin, daarom niet getreurd ... 'n andere keer beter. Alleen was 't maar weer zoo beroerd, dat zoo'n verrekte richard als Meerhold met z'n centen ging strijken ... En lallend, bestelde hij nog 'n biertje, zich luchtig cordaat houdend om uiterlijk te toonen, hoe weinig hij zich van z'n verlies aantrok. Maar er was in z'n blik iets dof-verwezens, het suffe star-oogige van 'n dronken man.

Kellenaars echter, bang voor proces-verbaal, wilde niet meer tappen. Het was over twaalven, hij wou geen donderderij met de politie krijgen voor het plezier van meneer Boekelhorst. Als-t-ie nog dorst had, moest-ie maar naar de soos gaan; bij hem was 't radicaal afgeloopen.

De anderen intusschen hadden hun jassen aangetrokken, verdwenen geleidelijk uit het verstilde café, sommigen