is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrik machtelooze, slap-hangende armen 'n wijl bij. Hij kende de stierige kracht van den vadsigaard, wanneer de woede-razernij hem greep, na bijna eindeloos verduld gesar; hij wist hem dan blind en doof voor alles, 'n willoos werktuig van eigen drift, waartegen zij te samen, Meerhold en hij, zelfs weinig zouden vermogen. Nochtans, na het ontzettingsmoment snel beraden, liep hij toe, legde kalmeerend z'n hand op Boekelhorsts schouder, trachtte met Henri de niet-te-verwrikken greep in diens borst te lossen. Maar Boekelhorst lette niet op hem; z'n spierige arm ging als de pomping van 'n zuiger, regelmatig trekkend en afstootend onder versmoord gezucht. Z'n toomlooze kracht sleurde Jacob mee als 'n lichten last. Doch even plots ontspande zich z'n drift. Met 'n laatsten, wreed-harden stomp bonkte hij Meerhold van zich af; die steun-loos op-eens, sloeg tegen de deurpost, bleef er 'n oogenblik liggen als in verdooving. Wankel zelf, trillend van de heftige emotie, stond Boekeihorst voor hem en z'n sidderende hand veegde gejaagd het klamme zweet van het bleeke voorhoofd. Toen wendde hij zich snel af tot Jacob.

„Ga mee, ga mee," zei hij beesch en vatte als hulpzoekend z'n arm, „want bij God,... ik zou 'm kraken . .

Van het dien nacht gebeurde was wonder-weinig uitgelekt, zelfs in de club. Men wist vagelijk van 'n ruzie en zocht daarin de red^n, waarom Meerhold en Boekelhorst elkander sinds in het oogloopend negeerden. Jacob noch Boekelhorst gaven 'n nadere verklaring en Meerhold, die in het troepje eigenlijk niet thuis hoorde, durfde men er niet over aan spreken. Trouwens, van veel belang vond men de kwestie niet en voor zoover het besef van kameraadschap onder de heeren clubgenooten ontwikkeld was, voelde men iets van medelijden met Boekelhorst, medelijden met leedvermaak vermengd, dat zich dagen daarna nog uiten moest in plagerige gezegden. Beslist vijandig echter was na dien tijd de stemming tegenover Meerhold, want ze zagen in z'n hoogopdrijven van het spel 'n patserig grootgaan op z'n rijkdom en 'n minachtend tarten van de zwakte van hun berooide beurzen. Ze konden tenslotte ook niet best verkroppen, —