is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen volgden de trieste dagen vóór de begrafenis, het vreemde, naargeestige huizen achter de neergelaten gordijnen, die, (zon-doorgoud,) verhaalden van de zomersche blijheid buiten; de condoleantie-bezoeken in het salon, zoo kort te voren nog met bloemen verfeestelijkt, toen familie en kennissen met lieve glimlachjes Suus en Henri waren komen gelukwenschen. De meesten kwamen nu weer en 's middags, na beurstijd, was het druk op de Korte Haven van stemmig gekleede dames en hooggehoede heeren, die met ernstige gezichten en vol verheimelijkten tegenzin — want wat 'n vervelende corvée was zoo'n bezoek van rouw-beklag, je voelde je alles-behalve op je gemak bij treurende menschen! — aanbelden bij de Leyters, plechtstatig binnenstapten en met merkbaar opgeluchte gezichten weer buiten kwamen, smoezend :.. nou, heel erg bedroefd leken de Leyters niet... Was 't wonder trouwens, zoo'n ouwe man, 'n lastpost wast-ie op 't laatst hè. Diep in de zeventig . . . nee aan de hoektandjes was-t-ie niet gestorven... En Herman kwam nu aan 't erven ... onwelkom zou hem 't geld zeker wel niet zijn, nu met z'n bouwerij... hij moest maar oppassen, dat-ie met z'n fabriek de duiten van den ouwen Mencke niet verspeelde ...

Er waren oogenblikken, dat het salon vol was van deelnemenden, die, met in de plooi getrokken gezichten, van hun oprecht meegevoel getuigden en ondanks het gedempte gepraat, kon het er dan bijna opgewekt gaan klinken. Want troostend herinnerde men aan den hoogen, gezegenden leeftijd van den dierbren doode, z'n krasheid tot het laatst en Henriet werd dan ook niet moede te herhalen, welk 'n voldoening het voor haar was, dat ze vader de laatste weken van z'n leven in haar eigen huis had kunnen verplegen en hoe ze allemaal tegenwoordig waren geweest bij z'n sterven, 'n waarlijk Christelijk verscheiden, zoo kalm en zoo gelaten, vertelde ze met eenige zalving en 'n devoot neerslaan van de oogen. Want ze was in deze dagen weer meer godsdienstig gaan voelen, Henriet. De vroomheid van den broeder, die eiken morgen naar de kerk ging, had zelfs haar diepe bewondering, hoe weinig ze overigens van het Roomsche geloof begreep en, toen ze eens op de ziekenkamer I. 17