is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i^olgt eene grondige wederlegging van de « kleingeestige vitterijen waardoor voornoemde een arbeid zoo verdienstelijk als die van prof. De Bo had willen in minachting brengen. »

Neen, De Bo verdiende zulke critiek niet : maar dat zijn werk niet volmaakt is, bekent hij gereedelijk in de Inleiding van zijn Idioticon : « Zekerlijk is alles wat erin staat niet even dienstig en goed : daar is veel kaf onder 't graan : daar zijn vele onedele en kwade termen en spreekmanieren die tegen den goeden smaak of den aard van de tale gaan. maar die toch, — in een werk als dit, — niet mochten achtergelaten worden, al ware 't maar omdat zij somwijlen op het speur brengen van woorden die verloren zijn, of de verklaring van andere, die nog in zwang gaan, voltooien. Het werk is ook verre van volledig te zijn. Duizende woorden, en van de beste, liggen op den akker van de volkstaal nog op te zanten. Maar wij hopen wel dat anderen ons zullen volgen, en het begonnen werk tot luister van ons oud Westvlaamsch dialect en tot opbouw van onze algemeene Nederlandsche Moedertaal, verbeteren en voleinden. »

Dit deed in 1892, de eerw. heer J. Samyn (1), leeraar aan t bisschoppelijk college te Meenen, die eene tweede uitgaaf bezorgde, vooral in acht nemende wat De Bo eigenhandig toevoegde en wijzigde aan zijn Idioticon.

* * *

(I) Dezelfde die De Bo's Kruidwoordenboek uitgaf, en als pastoor te Westouter overleed in 1909. — Ook Gezelle zette De Bo's werk voort in Loquela.