is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat men aan de kust gekomen, Groote schepen vliegen ziet Met de winden voortgenomen Verre weg in het verschiet; — Dat de zee op hare stranden Duizend duizend schelpjes zaait, Dicht gekerteld op de randen En met bieskens rond genaaid;

Schelpjes effen glad geslepen Zonder schaard of braam of naad, En omwonden met al strepen Als met lint en zijdedraad; Schelpjes puntig afgekronkeld, Met de boorden ingekruld;

Rood gelijk de roze vonkelt, En gepurperd of verguld;

Wit als sneeuw of zwart als inkte ; Bruin met striempjes uitgekamd; Appelgrauw of bleek van tinte, En gespikkeld of gevlamd.

Och ! 'k verlange toch zoo vurig ! 'k Zie ze liggen op het zand ! 'k Zie ze daar vóór mij gedurig, En ik raap ze met mijn hand! 't Zijn er met gepijpte kragen Trapwijs op elkaar geplooid, Of met ringeltjes omslagen En met pereltjes bestrooid;