is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Noch Dorre (1) in 't vlas; noch Klaverpriemen (2): Neen, niets en stond er meer.

Zoo nijdig en in 't hert verbitterd En nimmermeer vermoeid,

Vervolgt de landman al dien wasdom Die in zijne akkers bloeit,

En, zonder naam of schuld te kennen,

Verworgt hem bij de keel,

Of rabraakt hem het lijf in stukken Met krauwel en houweel,

Verbrandt hem met zijn zaad tot asschen,

Of delft hem diep in 't land,

Of laat hem, dood van dorst en honger,

Verteren in het zand.

En vraagt gij: Man, waarom die boosheid,

Die drift die 't al vernielt ?

Hij kijkt verbaasd of gij niet somtijds Met hem het zotken hieldt.

" 't Zijn lurpen, zegt hij, droeve pleuten,

't Verderf van zaad en graan ;

(1) Dorre, in Brabant Dojer en Deulder, groeit in't vlas, camelina fcetida Fries.

(2) Klaverpriem, ook Tap geheeten, is eene woekerplant, orabanche minor Sutt.

I