is toegevoegd aan uw favorieten.

Langs de wegen der beproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewond, is in de ambulance, om verbonden te worden". Zoo ging 't voort. Na iedere deelneming aan den slag waren de rangen gedund. Naas werd vervoerd naar 't hospitaal in Maastricht en na verwijdering der kogels, door zijn geheele lijf verspreid, lag ie bewusteloos in den zwaren narcoseslaap. Veel hoop had de dokter niet en de verpleegster kreeg bevel, aan zijn zijde te blijven. Tegen den avond werd ie wakker. „Betje, moeder!" Staaroogend keek hij rond, bemerkte de zuster, die zijn snelkloppende pols had gegrepen. „Haal m'n pak maar uit de kist" ijlde hij, „ze komen, ze komen!" Een huivering ging door zijn leden en met geweld belette de zuster, dat hij zich oprichtte. Zachtkreunend lagie zwaar in de steunkussens, z'n oogen waren weer gesloten en zijn gezichtszenuwen trokken pijnlijk onder de witte zwachtels. Hij schreide. „Betje, Betje", zong-ie, „Betje, m'n beestje, huil maar niet, ik heb je lief, ik heb je lief!" De zuster kon een traan niet weerhouden. Hoe kostbaar was wellicht het menschenleven, dat zichtbaar uitdoofde, terwijl alle middelen faalden, om het te behouden. Kon ze maar iets doen voor den arme, hem enkele oogenblikken bezorgen van opleving, waarin hij met haar praten zou. Misschien kon ze z'n leed wat verzachten door haar meegevoel! Ze probeerde alles, bette z'n polsen en slapen, bevochtigde z'n gloeiende lippen. Dan werd hij soms onstuimig, balde de vuisten, en perste de lippen op elkander, maar de kalmte keerde niet weer.

„Hoe is 't, zuster?" vroeg de dokter op z'n laatste ronde. ,,'t Zal spoedig afloopen", meende de zuster. Terwijl ze beiden hem onderzochten, slaakte hij een diepen zucht. Naas de Volder was gestorven. Twee dagen later werd hij met eenvoudig militair vertoon op de begraafplaats in Maastricht te ruste gelegd; de toeschouwers beklaagden 't jonge zoo vroeg gedoofde leven en de geestelijke, die Gods zegen voor zijn ziel afriep, gewaagde ook met een enkel woord