is toegevoegd aan uw favorieten.

Langs de wegen der beproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In donkeren avond vonden ze Antwerpen. Zwaar leunde de vrouw op Door's arm, toen ze hun huisje, weggedoken tusschen de verlichte vensters, bereikten.

Driftig stak Door zijn geroesten sleutel in de opening en draaide hem rond in 't slot, dat knarste van ongewoonheid.

Een muffe lucht kwam hun tegen en bedwelmd eenigermate zaten ze een wijle tegenover elkaar aan tafel, voordat Door vuur wreef tegen een lucifersdoosje. De lamp hing droog en vol stof te pinkelen en gaf maar weinig licht in de kamer.

Te hunkeren zaten ze naar geluid.

Met een stoel trok de man naar de plaats, waar een kooitje hing, en 't afnemend, zette hij 't voor zich op tafel.

Het vogeltje in zijn getralied huisje roerde niet meer.

„Arm veugelke", zei Door, „gij en zult niet meer zingen, gij zijt ook dood".

Siska trok 't kooitje naar zich toe, haalde 't vogeltje er uit en begon te spreken tegen 't diertje.

Wezenloos stond Door toe te kijken.

Plots schitterde woede in haar blikken, ze smeet de kanarie op den grond en trapte ertegen met den voet...

Toen barste hij los in luid gesnik, de handen tegen de oogen aangedrukt:

„Franske dood en gij gaat zot worden...".