is toegevoegd aan uw favorieten.

Langs de wegen der beproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kijven van een paar zwervende katten, die op torenbuit loerden. Een krachtige slaap kwam over hen en geen vroege najaarszon stoorde hun rust.

III.

Jachtend zaten de dik-zwarte regenwolken eikaar na aan den grauwen hemel, toen 't dag werd, een donkere dag, die geen geruchten met zich bracht. Ze ontwaakten loom en wezenloos in het volle bewustzijn der gebeurde dingen. De weeë lucht drukte hun zwaar op het hoofd en de vochtigheid der natte wanden deed hen rillen op hun moede voeten.

't Tuimelraam bood lang weerstand: de randen zaten vastgeroest in 't metalen kozijn. Toen 't eindelijk naar beneden viel, sloegen wind en regen tegelijkertijd naar binnen. Maar die vrije buitenlucht gaf hun een sterk gevoel van verlichting.

„We hebben nog wat brood van gisteren", herinnerde zich de vrouw hardop, terwijl ze met moeite vlam deed vatten aan de ingedroogde pitten van 't petroleumstel. Peinzend liet Peter zijn blikken gaan langs de wanden; zonder bestemming scheen 't, maar plotseling sprong hij op en greep een der doeken van den wand, waarom een effen houten lijst gezet was.

„Wat doe je?" zei de vrouw.

„Die ga ik verkoopen", liet hij haar trotsch zien, het schilderstuk met beide handen hoog opheffend.

't Was hun huisje, klein gedrongen tusschen de hoogere woningen; de harde werkelijkheid stond voor hen.

„Doe 't niet", smeekte ze.

Lief als een kind was haar die schilderij geworden, 't Was de eerste die ze had zien worden van begin tot eind.

,,'t Is mijn beste werk", lei hij haar uit, ,„en daarmee heb ik dus de meeste kans, de burgemeester heeft er verstand van".