is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude glossen en hun beteekenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de « asege », « asige », « asinge » (i), met zijn « asingrecht » (2).

Geheel mondeling was de daging, die de « bode » deed bij 't voorhuis : « an tha faraflette », volgens oudfriesch recht; of naar de westfriesche Dingtaal : « in dat viercant naest der middelscote » (3). In Westfriesche stadrechten heet het: « an den werf, en tot sijn voerdoer ende woninghe » (4). Van hoe 't in Delfland toegaat, is het volgende voorschrift over :

« Soe gaet die scout milten scepenen ende daghet hem totten luiyse, daer hi laest plach .te woenen ende hy seyt ende hy clopt mit die roede an dat huys : hier daghe ick Pieter Woutersz van huyden tot opten dacli die gheleyt is — dien noempt hy — ter goeder tijt voermiddach, Dierick Pietersz te antwoerden van alsulcke claghe als hy daer op te claghen heeft als van verlies van Vrancken syn broeders doot. Des neem ick hier tuyghe an schepenen » (5).

Mondeling was de beschuldiging, de klacht. In den Hollandschen Saksenspiegel, den ouderen en den lateren, is regel dat de aanklager « spreke aldus : her rechter... »; evengoed als de aangeklaagde doet, zoo

(1) Curialis a curia dicitur, idem est apud alamannos. êsago : Ahd. Gloss. 245, 8 = 246, 19. In glossen bij Canones Concil. et Decreta pontif: legislatore, êsagare, easagare, easagere, Ahd. Gloss. 136,62/3.

(2) Vgl. Fockema Andreae, Ueberden Ursprung der Niederlandischen R'.chte mit Rücksicht auf ihre Stammesgehörigkeit, in SavignyZeitschr., XXX (1909) I vv. en zijn Oud Nederlandsen Burgerlijk Recht, IV, 294: Bijdr., IV, 360, 369, 376.

(3) Zie mijn Bijdragen tot het Oudfriesch Woordenboek (1888), blz. 27 vv.; Fockema Andreae in Rechtsgeleerd Magazijn (1888), blz. 329, 330.

Daarom laat in den Reinaert, de rechtskenner Willem, in tegenstelling met den Franschen tekst, Bruun voor de barbacane blijven.

Waaruit blijkt, dat 't ook Vlaamsch recht was. Zie Reinaert, Zwolsche Herdrukken, Aant. blz. 22.

(4) Pols, Westfriesche Stadrechten, I, 166.

(5) Dingtalen van Delft, in Nieuwe Bijdragen voor regtsgeleerdheid en wetgeving (enz.) 1878, p. 207.