is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude glossen en hun beteekenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heit, welche in Rom die verschiedensten zeiten abgelagert hatten » (i).

Van deze « Originum sive Etymologiarum libri XX » bestonden allerlei uittreksels, en navolgingen; eenige meer als woordenboeken, soms naar synoniemen of paraniemen, of wel etymologisch gerangschikt.

In verloop van tijd, werden zij ook nog met Germaansche explicamenta verrijkt.

Zoo ontstond (omstreeks 900) 't alphabetische Latijnsche Glossarium Salomonis zoogenoemd, voornamelijk met glossen op klassieke schrijvers, maar ook op Hieronymus en Isidorus; — dat tot in de XIIe eeuw vergermaanscht werd (2); wat ook» gebeurde met excerpta uit Papias (XIe eeuw), Ugutio (XIIe eeuw). Vooral't Catholicon van Joannes de Janua, of Januensis (XIIIe eeuw) was enorm verbreid (3); ook uittreksels hiervan zijn met Germaansche equivalenta voorzien.

't Heette « Catholicon omdat het handelde over : grammatica, d. i. orthographie, etymologie, syntaxis en prosodie; over rhetorica, met zijn tropen en figuren; daarbij een vocabularium, drie vierde van 't geheel (4).

Dit waren alle standaardwerken.

Merkwaardig is voor elk na te gaan hoe vaak elk bewerker zijn voor Germanen bestemde arbeid op eigen wijze bewerkte (5).

(1) Henning, a. w. S. 3.

In de Bijlage hierachter Volgt een gedetailleerde inhoud; — om vergelijking zoo noodig te vergemakkelijken.

(2) Steinueyer-Sievers, AlthochJeutsche Glossen, IV (1898), 27 vv., 128.

(3) Schhid, Geschichte d. Erziehung, II, 439.

(4) In de Bijlage hierachter volgt een gedetailleerde inhoud.

(5) Zie daarover o. a. Henning, a. w. s. 5-8, 26.