Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij soms lezen, dat de vaak herhaalde toediening den Inlander naar dolk of hakmes deden grijpen, zouden vanzelf van minder gevoeligen aard worden als men solidariteit waarnam onder de voorwerpen dier soort van onderwijzing.

Deze en dergelijke gedachten werkten bij hoog en | laag, en er waren nu intellectueelen om er een tastbaren vorm aan te geven. De Sarekat Islam onstond. De j etymologische beteekenis der woorden: «Mohammedaansche Vennootschap» geeft in het geheel geen denkbeeld van den aard der vereeniging. Onder denzelfden naam had zij op verschillende plaatsen een zeer verschillend karakter De drangredenen tot toetreding liepen zeer uiteen Hetgeen echter allen vereenigde, dat was de begeerte om den Iniander lucht, licht en vrijheid van beweging te verschaffen, en aan de wereld om hem heen, die door velerlei beweging ontroerd werd, met luiden kreet te vertellen, dat ook hij er was en voortaan een woordje wenschte mee te soreken.

Wij denken er niet aan, hier een uitgewerkte kenschetsing dezer hoogst belangrijke levensuiting der Inlandsche maatschappij te geven. Het komt er voor ons tegenwoordig doel slechts op aan, te herinneren, dat hier opnieuw aan Regeering en Bestuur met nadruk toegeroepen werd : Verzet uwe bakens, herziet uwe methoden, de kinderen worden groot!

Eenerzijds de ethische politiek, die zich als doel stelt, de formule te vinden, waarin de ware belangen van Oost en West, van Inlander en Nederlander samenloopen, en die begrijpt, dat dit doel alleen te bereiken is door associatie der Inlandsche maatschappij aan de onze, waarbij opvoeding en onderwijs de gewichtigste hulpmiddelen zijn. Andererzijds de neiging om zich tot betamelijke vrijheid en zelfstandigheid op te werken, zichzelf eene gegronde meening te vormen omtrent zijn eigen belangen en die meening als grondslag voor zijn handelen in de plaats te stellen van de botte gehoorzaamheid aan het bemoeiziek-vaderlijke bestuur van voorheen

Toen de conservatieve politiek der exploitatie van den Inlander door den Staat na langen strijd moest plaats maken voor de liberale, waren er vele ambtenaren, die met weerzin hun jaren uitdienden, en anderen, die in arren moede zich lieten pensioneeren, omdat het mooie nu van de carrière af was. Wie zou nu dien door hen betreurden koffietijd terugwenschen? Nü zijn er, die morren tegen den ethischen koers en klagen, dat de Europeesche bestuursambtenaar het kind van de rekening is De finantieele positie onvoldoende, de promotie te langzaam, de hormat verminderd, de soesah vergroot van alle kanten.

Men moet wel alle idealisme in den sleurgang der routine verloren hebben om met dat gejammer in te stemmen. Wie zou niet gaarne de geldelijke belooning van de bestuursambtenaren geheel in overeenstemming zien gebracht met de verhoogde eischen van den tijd ? Maar billijkerwijze dient de herziening van de tractementen en schadeloosstellingen der Inlandsche ambtenaren voor te gaan, want voor hen

hebben tot dusver de voogden, zonder zich veel om hun advies te bekommeren, vastgesteld wat «eene alleszins voldoende belooning te achten» was, met het natuurlijke gevolg, dat alle rationeele grondslag aan de regeling hunner verzorging ontbreekt. Dat intusschen eene verbetering der materieele positie van de Europeesche ambtenaren, vooral in de lagere rangen, noodig is, wordt erkend en lang zal die niet meer uitblijven. De werkkring daarentegen is schooner dan ooit in het verleden.

De veroveringsperiode is voorbij, de verschillende vormen van exploitatie hebben hunnen tijd gehad en gaan plaats maken voor eendrachtige samenwerking, onverstandige bevoogding gaat over in een gezamenlijk zoeken naar de beste wegen, waarlangs de Inlanders in de wereld de plaats kunnen vinden, waartoe hun aanleg hen in staat stelt. De verzamelterm »Buitenbezittinge« blijft gemakshalve in gebruik, maar niemand denkt daarbij meer aan geringschatting of verwaarloozing, en voor pioniersgeesten heeft de arbeid in die deels nog onontgonnen streken eigen bekoring. Zij, die behoefte gevoelen aan de toewijding van hun leven aan een waardig doel, kunnen bezwaarlijk een nobeler werkkring kiezen dan die van Neerlandsch-Indisch bestuursambtenaar, niet ook, maar vooral in onze dagen.

C. Snouck Hurgronje.

Een Buddhawoord in verband met de vredesidee.

In dit ons jubeljaar, het jaar tevens van de inwijding van het internationale Paleis van Justitie, dat in den volksmond zoo teekenend »Vredespaleis« heet, mag het pas geven op een Buddhawoord te wijzen, dat vrede predikt en den krijg afkeurt. Het werd uitgesproken, zoo luidt het verhaal, toen koning Prasenajit van Kosala, na langen tijd met afwisselend geluk tegen den koning van Magadha, Ajatagatra, te hebben gestreden en meermalen het onderspit te hebben gedolven, er eindelijk in geslaagd was zijn tegenstander voor goed te verslaan eri gevangen te nemen. Zou hij hem dooden ? Zou hij hem de vrijheid hergeven ? Hij is geneigd tot het laatste, want Ajataijatra's vader was een goed vriend voor hem geweest, maar voor alle zekerheid vraagt hij eerst den Buddha om advies Deze antwoordt: laat hem vrij, en keurde het oorlogvoeren in het algemeen af met deze spreuk:

Alle overwinning baart nieuwe vijandschap. Spijtig mokkend ligt op zijne sponde de overwonnene. Hoe rustig ligt die zijne hartstochten getemd heeft en niet meer weten wil van overwinning of nederlaag.

Een volmaakt vorst naar Buddhistisch ideaal mag dan ook geen weerstand bieden, als een oorlogzuchtig nabuur hem aanvalt. Dan maakt hij liever plaats voor zijn vijand dan dat hij het verbod eenig levend wezen te dooden zou schenden; des noods laat hij zich liever weerloos gevangen nemen en wreedelijk behandelen. De legenden van de Buddhisten weten dan ook van zulke gevallen te verhalen, die gebeurd

Sluiten