Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 7.

(1). De concessionarisse verbindt zich aan de door haar gebezigde Inlandsche verzamelaars, voor zoover die tot haar in geen andere dienstbetrekking staan dan die, welke voortvloeit uit eene overeenkomst tot inzameling en verkoop van het product, voor de door dezen ten verkoop aangeboden djeloetoeng, mits van de gewone qualiteit en met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel berekenden minimum prijs te betalen.

(2). De minimum-prijs, in het vorig lid van dit artikel bedoeld, wordt telken jare in de maand Januari door drie scheidslieden vastgesteld.

(3). Ten aanzien van de aanwijzing van deze 3 scheidslieden en van hunne beslissingen geldt het bepaalde in artikel 15.

(4). De minimum-prijs zal gelden voor een vol jaar, gerekend van af 1 Februari van elk jaar.

(5). Bij niet-voldoening aan het bepaalde bij het eerste lid van dit artikel, ter uitsluitende beoordeeling van het Hoofd van gewestelijk bestuur, zal de concessie zonder rechterlijke tusschenkomst, bij aanzegging bij deurwaardersexploit aan de concessionarisse, kunnen worden vervallen verklaard.

Artikel 8.

De concessionarisse zal geen belemmering mogen brengen in het toezicht, dat het Gouvernement zich voorbehoudt door zijne ambtenaren op de onderneming te doen uitoefenen en zal aan dezen te allen tijde vrijen toegang tot het concessie-terrein en de in alinea 3 van artikel 1 bedoelde fabrieken verleenen.

Artikel 9.

De concessionarisse zal op het concessie-terrein al

Sluiten