Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvoor wettelijke akten van bekwaamheid verkrijgbaar zijn, dat onderwijs wordt gegeven door onderwijzers in het bezit dier akte; en

2°. voor zooveel het bedoeld onderwijs vakken omvat, waarvoor geen wettelijke akten van bekwaamheid zijn te verkrijgen, dat onderwijs wordt gegjeven door onderwijzers, die zijn benoemd,

combineeren. Zij kan voor elke school vergoeding krijgen voor een maximum aantal uren van 192, tenzij Gedeputeerde Staten binnen de grenzen deiwet nog in een hooger aantal hebben bewilligd, maar zijn drie scholen voor het herhalingsonderwijs gecombineerd, dan kan zij aanspraak maken op vergoeding voor een maximum van ten minste 3 X 192. Met deze mits natuurlijk, dat in elk geval alleen vergoeding wordt uitgekeerd voor lesuren die werkelijk worden gegeven.

Op de vraag: wanneer eene gemeente 15 inrichtingen voor herhalingsonderwijs sticht en daarvoor worden geleverd leerlingen van 150 verschillende scholen, krijgt die gemeente dan vergoeding voor 150 scholen of volgens den maatstaf van 15 inrichtingen? antwoordde de Minister: „Ik heb reeds gezegd: Als men de leerlingen van verschillende lagere scholen combineert, dan kan men aanspraak maken op vergoeding voor een maximum van lesuren voor die verschillende scholen te zamen te berekenen. Anders zou het keurslijf te eng worden. Als er dus in eene gemeente 150 lagere scholen zijn en slechts 15 inrichtingen of cursussen voor herhalingsonderwijs — een zoo groote combinatie zal zeker wel nooit voorkomen — dan heeft die gemeente aanspraak op een vergoeding voor een maximum-lesuren niet van 15 X 192, maar van 3 50 v 192. Natuurlijk, ik herhaal het, met deze beperking, dat alleen vergoeding zal worden gegeven voor werkelijk gegeven lesuren. Ik moet hier echter nog een opmerking maken. Er kunnen ook scholen zijn, scholen voor meer uitgebreid lager onderwijs, die in het geheel geen leerlingen voor het herhalingsonderwijs afleveren. Welnu, dergelijke scholen rekenen natuurlijk bij de berekening ook als men combineert en de leerlingen van verschillende scholen samenvoegt, niet mede, want voor eene school, die geen leerlingen geeft voor herhalingsonderwijs, kan natuurlijk op vergoeding voor herhalingsonderwijs geen aanspraak worden gemaakt." Het vorenstaande werd door den Minister, blijkens de memorie van antwoord op het voorl. verslag le Kamer, nog eens herhaald.

— De in het laatste lid genoemde algemeene maatregel van bestuur is bij het ter perse leggen dezer uitgaaf nog niet verschenen.

Sluiten