Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdstip, waarop deze wet in werking treedt, niet meer voor het eerst zouden kunnen worden verleend, kunnen na dat tijdstip nog gedurende tien jaren, doch tot geen hooger bedrag, noch op andere voorwaarden, worden genoten.

91. Onderwijzers, niet in het bezit van den hoofdonderwijzersrang, die op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, uit kracht van de artt. 20 of 51 der wet van 13 Augustus 1857 {Staatsblad n°. 103), wettig aan het hoofd eener school staan, blijven bevoegd die betrekking waar te nemen.

92. De districts-schoolopzieners en de inspecteurs, die op het in art. 93 vermelde tijdstip in betrekking zijn, worden door het in werking treden dezer wet van rechtswege eervol ontslagen.

De inspecteurs, die op dat tijdstip den ouderdom van vijf en zestig jaren hebben bereikt, behouden levenslang hunne volle wedde als wachtgeld ; de inspecteurs die op dat tijdstip dien ouderdom niet hebben bereikt, hebben aanspraak op wachtgeld volgens de bepalingen van Ons besluit van 21 Juli 1869 {Staatsblad n°. 142).

93. Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Behoudens de voorschriften van dezen titel vergenoten worden door de bijzondere scholen volgens de bepalingen der wet van 1857. (Redev. Min. van B. Z., 2e Kamer )

— Dit (uitkeeringen aan gemeenten tot bestrijding der jaarwedden van onderwijzers bij de lagere scholen) zijn uitkeeringen die niet vallen in de termen van dit artikel, maar geschieden uit 's Rijks schatkist. Wanueer zij steunen op een titel, zullen zij niet door deze wet vervallen, maar zooveel zij niet steunen op een titel, zullen zij wel vervallen omdat voortaan de uitkeeringen uit 's Rijks kas aan de gemeenten voor allen 30 pCt. zullen bedragen en wat de subsidie betreft zullen geregeld worden volgens art. 49; in dit laatste geval vervallen zij dadelijk bij de invoering der wet. (Redev. Min. van Binnenl. Zaken 2e Kamer.)

(93) alinea 1. Bij besluit van 5 Augustus 1880, S. 155 , bepaald op 1 November 1880.

— De wijziging in 1889 in de wet gebracht is in werking getreden op 1 Januari 1890.

— Zie betreffende de in werking treding van de

Sluiten