Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdvak, gedurende hetwelk zij in dat jaar aan de school werkzaam zijn geweest, ot zij aan andere scholen verbonden waren en tevens ten aanzien van de mannelijke onderwijzers tot bijstand van het hoofdzoo zij vóór of in den loop van het voorafgaande jaar den leeftijd van acht en twintig jaren hebben bereikt, het tijdvak gedurende hetwelk zij in dat jaar in den echtelijken staat verbonden zijn geweest, alsmede het bedrag, waarop het bestuur meent voor eiken onderwijzer afzonderlijk en in het geheel aanspraak te kunnen maken.

6°. het bedrag waarop het bestuur meent aanspraak te kunnen maken als Rijksbijdrage ter tegemoetkoming in de kosten om te voorzien in de behoefte aan schoollokalen;

7°. het bedrag waarop het bestuur meent aanspraak te kunnen maken als bijdrage in de kosten van het in het afgeloopen jaar vanwege dat bestuur gegeven herhalingsonderwijs;

8°. het totaal bedrag der Rijksbijdragen, en

9°. eene verklaring van het bestuur, dat de school niet wordt gehouden als winstgevend bedrijf.

De aanvrage om Rijksbijdragen in dit artikel bedoeld, wordt voor de eerste maal ingezonden in de maand Januari 1903. De Rijksbijdrage voor gegeven herhalingsonderwijs wordt in die aanvrage opgenomen over de maanden November en December van het jaar 1902.

12. Alvorens te beslissen of de school voldoet aan de bij de wet gestelde eischen en voorwaarden en aan de door Ons met betrekking tot de lokalen gegeven regelen, onderwerpen Gedeputeerde Staten de ingediende aanvrage aan een nauwkeurig onderzoek, treden voor zooveel noodig in overleg met het betrokken schooltoezicht en winnen bij het bestuur, dat op de Rijksbijdragen aanspraak maakt, al de inlichtingen in, die zij met betrekking tot de punten a—d van het tweede lid van artikel 54bis vermeld, noodi# oordeelen.

Wanneer de door Gedeputeerde Staten genomen beslissing op andere gegevens berust, dan die reeds verstrekt zijn door den betrokken districtsschoolopziener ingevolge artikel 10 van dit besluit worden deze medegedeeld aan Onzen Minister, die met de uitvoering der wet tot regeling van

Sluiten