Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieten van herhalingsonderwijs, geregeld bij het op art. 34 volgend oorspronkelijk art. 35, welk artikel, na zeer uitvoerige beraadslaging, werd verworpen.

Omtrent de invoering van het herhalingsonderwijs overeenkomstig de voorschriften van art. 34, gaf de Minister, naar aanleiding der daartoe gedane vraag in de 2e Kamer, te kennen dat het van zelf spreekt dat die invoering geleidelijk moet plaats vinden. In art. 34 is uitdrukkelijk bepaald, dat de artt. 18 en 19 der schoolwet in deze toepasselijk zijn. De meeste gemeentebesturen zullen wel uit eigen aandrang voldoen aan de hun opgelegde verplichting. Nalatige besturen zullen van Gedeputeerde Staten een aanschrijving ontvangen, en als er besturen zijn die zich onwillig toonen, zal het hoogere bestuur tusschenbeiden moeten komen om hen te noodzaken aan hun verplichting te voldoen.

Blijkens de memorie van antwoord op het voorloopig verslag le Kamer, deelde de Minister mede dat hoewel de Regeering het ook betreurt dat het bijwonen van het herhalingsonderwijs niet verplicht is gesteld, het toch een groote stap in de goede richting zal zijn, dat niet alleen zooveel doenlijk, maar overal, voor zoover zich althans leerlingen aanmelden, herhalingsonderwijs zal moeten worden gegeven. „Thans — zegt de Minister — is ook betere regeling van het herhalingsonderwijs te verwachten. Ondergeteekende is het dan ook geheel eens met die leden, die van oordeel zijn dat voortgezet onderwijs, waarin herhalingsonderwijs is begrepen, en dat met goed vakonderwijs in verband wordt gebracht, volstrekt noodig is. Het vroegere voorschrift, dat het herhalingsonderwijs zich uitsluitend moest bepalen tot vakken van het lager onderwijs, was een belemmerde beperking, die nu wordt opgeheven/'

TITEL III.

Slot- en overgangsbepalingen.

Art. 35. Ter bevordering van het schoolbezoek is de gemeenteraad bevoegd voeding

Sluiten