Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker te stellen dat de rechten te heffen van de het tolgebied in- en uitgevoerde goederen ook werkelijk zouden kunnen geheven worden.

§ 1. Havens voor in- en uitvoer geopend en douane-kantoren.

Vooreerst was het noodig, waar de kustlijn onzer kolonie zoo buitensporig uitgebreid is en men onmogelijk die geheele kustlijn met ambtenaren kan bezetten, een beperking daar te stellen van de plaatsen, waar alle ten handel komende schepen zonder onderscheid mogen binnenvallen, en van de plaatsen, waar goederen, buiten Ned. Indië ingeladen, mogen worden gelost en goederen, naar buiten Ned. Indië bestemd, mogen worden ingeladen. Eene bepaling het binnenvallen beperkende was trouwens reeds noodig als politiemaatregel in het belang van de algemeene orde en veiligheid in de kolonie.

De havens in Nederlandsch-lndië — en onder havens verstaat men in gewoon spraakgebruik ook plaatsen, waar de schepen slechts door middel van prauwen kunnen lossen — worden onderscheiden in havens voor den algemeenen handel geopend en havens voor den algemeenen handel gesloten. De opening van havens voor den algemeenen handel geschiedt door den Gouverneur-Generaal alleen na verkregen koninklijke machtiging» Inlandsche havens, d. w. z. havens van landschappen, welke zich niet onder rechtstreeksch bestuur bevinden, worden geacht gelijk te staan met havens voor den algemeenen handel opengesteld.

Die geopende havens worden, voor zooveel het tolgebied betreft, weder onderscheiden in havens geopend voor den algemeenen invoer en algemeenen uitvoer en die geopend voor beperkten invoer en voor algemeenen uitvoer. Inlandsche havens worden geacht steeds èn voor algemeenen invoer èn voor algemeenen uitvoer opengesteld.

De voor den algemeenen handel geopende havens zijn toegankelijk voor alle schepen, terwijl in de andere havens

Sluiten