Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij zal altijd rekening zijn te houden met artikel 130 alinea 2 van het Regeerings Reglement, welke alinea zegt dat in havens, die niet voor den algemeenen handel zijn geopend, alleen toegelaten worden Inlandsche vaartuigen en vaartuigen, die tot de kustvaart gerechtigd zijn, d. w. z. dus Nederlandsche schepen, schepen in NederlandschIndië tehuis behoorend en Inlandsche vaartuigen (Stb. 1850 No. 42). Schepen onder vreemde vlag kunnen dus niet van de hierbedoelde faciliteit genieten. ')

Is in artt. 1 en 2 der rechten-ordonnantie aangegeven op welke plaatsen schepen ten handel mogen komen, art. 3 bevat alsnu het voorschrift dat, waar voor die plaatsen reedegrenzen zijn vastgesteld, buiten die aangewezen reeden in zee of op de buitengronden geen goederen mogen worden gelost of geladen binnen een afstand van 5,5 Kilometer— 3 Engelsche zeemijlen — van het zeestrand. Voorts, zegt nog dat artikel, zijn de hoofden van gewestelijk bestuur bevoegd land- of waterwegen of streken nabij het zeestrand aan te wijzen, waar door hen aangewezen goederen niet mogen worden vervoerd, in één richting of in beide richtingen, zonder gedekt te zijn door een document van door hen aangewezen ambtenaren van de douane of van andere diensttakken.

Natuurlijk zijn de bepalingen omtrent de havens en plaatsen, waar geladen en gelost mag worden, niet toepasselijk ingeval van zeeramp of nood; terwijl in bijzondere gevallen ook afwijkingen van de bepalingen door den Directeur van Financiën (voor Java en Madoera) en door de gewestelijke bestuurs-hoofden (voor de Buitenbezittingen) kunnen worden toegestaan, (art. 4 der rechten-ordonnantie).

Beoogen de bovenvermelde bepalingen omtrent havens en omtrent lossing en lading, den in- en uitvoer van aan

') Zooals hiervoren reeds is vermeld, zijn intusschen een tweetal havens, waar hulpkantoren zijn gevestigd, nl. Stagen en Besoeki, uitdrukkelijk voor den algemeenen handel opengesteld. Daar mogen de schepen onder vreemde vlag dus wel komen.

Sluiten