Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MODEL XXXIV.

(Art. 446.)

Op den (volledige dagteekening met tijdsbepaling) werd door mij, (naam, qualiteit en woonplaats) gezien, dat op den openbaren weg .... binnen de gemeente . . . , twee personen aan het vechten waren, waarbij de een den ander met een scherp voorwerp bloedende wonden toebracht. Ik trachtte hen te scheiden, wat mij ook gelukte, doch toen ik den dader van evengemeld misdrijf verzocht mij te volgen naar het Bureau van Politie, ten einde hem te brengen voor den Burgemeester (of: Commissaris van Politie) weigerde hij hieraan te voldoen, en bleek het mij, dat ik tot zijn overbrenging hulp noodig had, waarom ik van .... geboren te ... den . . . . 18 . ,

van beroep . . . , wonende te . . . -die

in de onmiddellijke nabijheid stond, vorderde, dat hij mij daartoe bijstand zou verleenen, waartoe hij wel in staat was zonder zich aan dadelijk gevaar bloot te stellen. Genoemde persoon, dien ik daartoe bij zijn naam had genoemd, en aan wien ik duidelijk had te kennen gegeven, welke hulp ik van hem verlangde, terwijl hij mij kende en wist te doen te hebben met een ambtenaar van de openbare macht, weigerde mij de gevraagde hulp te verleenen, en gat als reden daaivoor op, dat hij tot de arrestatie van een zijner medeburgers niet wilde medewerken, terwijl hij desgevraagd erkende, dat er tusschen hem en den arrestant geen bloedverwantschap bestond.

Ik heb hiervan op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal opgemaakt.

den .... 19 .

(Handteekening)

Sluiten