Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 11 der Drankwet.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats) gezien en waargenomen dat op den openbaren weg, voor de aan de ... straat te ... gelegen tapperij, waarin door W . . . R . . . . geboren te . . . . den .... 18 . . van beroep .... wonende in voornoemd perceel, krachtens vergunning van Burgemeester en Wethouders te ... . sterken drank in het klein wordt verkocht, welke derhalve vergunninghouder is, de mij welbekende N . . . N . . . ., oud . . jaar, van beroep - . . wonende te . . . ., onder gelag zat, daar op een voor hem staand tafeltje een gedeeltelijk gevuld borrelglas stond, waaruit hij dronk, waarvan ik den inhoud onderzocht, wat mij door ruiken en proeven brandewijn, derhalve sterke drank, bleek te zijn, wat volgens verklaring van N . . . N . . . . hem aldaar door den vergunninghouder W . . . R . . . . even te voren was verstrekt, en hij daarvoor aan dezen 10 cent betaalde.

Daar het niet uitdrukkelijk bij plaatselijke verordening der gemeente .... aan vergunninghouders is toegestaan om sterken drank op den openbaren weg te mogen verstrekken, hoorde ik bovengenoemden W . . . R . . . . daarover, die erkende houder van een door Burgemeester en Wethouders te ... verleende vergunning tot verkoop van sterken drank in het klein te zijn, en aan N .... N ... . voornoemd een glas brandewijn op den openbaren weg de . . . straat te . . . te hebbben verstrekt.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

den .... 19 . .

(Handteekening).

Sluiten