Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3 der wet op de Hondsdolheid.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats), gezien en waargenomen, dat de in eigendom aan W ... W .. . geboren te . . . den . . . 18 . van beroep . . . wonende te . . . toebehoorende, onder diens hoede staande, zwarte hond, op den openbaren weg de . . . straat te ... , derhalve buiten een woning, of vaartuig liep, zonder voorzien te zijn van een muilkorf, volgens model vastgesteld bij Ministerieel Besluit terwijl bij op den . . . des voormiddags . uur afgekondigd, en door aanplakking en trommelslag bekend gemaakt bevelschrift van den Burgemeester te .... in welke gemeente een geval van hondsdolheid was voorgekomen, werd bevolen, dat alle honden op plaatsen bedoeld bij artikel 3 der wet van den 5den Juni 1875 (Stbl. No. 110) gedurende vier maanden van een muilkorf voorzien moeten zijn.

Genoemde W . . . W . erkende eigenaar en hoeder

van den door mij genoemden hond, welken ik hem aanwees en dien hij tot zich riep, te zijn.

Een exemplaar van het afgekondigde bevelschrift wordt bij dit proces-verbaal overlegd.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

p . . . den .... 19 (Handteekening).

Sluiten