Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 16 van het Motor- en Rjjwielregleinent.

Op heden, den (datum, jaar met tijdsbepaling) werd door mij (naam, qualiteit en woonplaats) gezien en waargenomen, dat een mij onbekend manspersoon op een door hem bestuurd wordend rijwiel zat, waarmede hij over den openbaren weg de . . . te . . . reed, welk rijwiel zoodanig van de eene zijde van den weg naar de andere slingerde, dat daardoor de veiligheid werd bedreigd, en zag ik dan ook, dat de van dien weg gebruik makende particulier S . . . S . . . , oud . jaar, wonende te ... , door bedoelden wielrijder werd aangereden, waardoor beiden op den grond vielen.

Den bestuurder van dat rijwiel, die mij opgai genaamd te zijn F .... F , geboren te ... , den

18 . van beroep . . . , wonende te ... , naar de oorzaak van zijn onveilig rijden vragende, verklaarde deze mij, dat zijn rijwiel van een slecht werkend stuurtoestel was voorzien, welk stuurtoestel niet bij dit rijwiel behoorde.

Ik overtuigde mij daarvan, en toen bleek mij, dat genoemd ïijwiel niet van een nauwkeurig werkend stuurtoestel was voorzien, wat oorzaak van dat onveilig rijden was.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is

opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening).

Sluiten