Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3 van het Koninklijk Besluit d.d. 7 December 1896

(Stbl. 215).

Op heden, den (datum, jaar met tijdsbepaling) bevond ik (naam,

qualiteit en woonplaats) mij in de aan de, straat te

gelegen, sigarenmakerij, waar sigaren vervaardigd en

met gebruikmaking van een droogeest voor het gebruik geschikt gemaakt worden.

Van die fabriek, die na 1 Januari 1897 in werking werd gebracht, is A .... B , geboren te ... , den 18 . , wonende te .... , hoofd (of bestuurder), en werd door mij gezien en waargenomen, dat in het werklokaal van die sigarenmakerij zes personen, genaamd C . . . D . . . , oud 14 jaar, E ... F ... , oud 13 jaar, G . . . H . . . , oud 12 jaar, I ... J ... , oud 20 jaar, K . . . L . . . , oud 18 jaar en M . . . N . . . , oud 17 jaar, allen van beroep sigarenmaker, wonende te .... , werkzaam waren aan het vervaardigen van sigaren, welke arbeid bestond in het strippen van tabaksbladeren, en het vormen, wikkelen en sorteeren van sigaren, terwijl mij na onderzoek bleek, dat vermeld werklokaal, waarvan de hoogte 3 Meter bedroeg, 4 Meter lang en 3 Meter breed, of in 't geheel 36 M3. groot was, derhalve voor iederen aldaar werkzaam zijnden arbeider een vrije luchtruimte van 6 M3. bevatte.

Genoemd hoofd (of bestuurder), die daarbij tegenwoordig was, erkende dat, en tevens, dat hij hoofd (of bestuurder) is van meergenoemde sigarenmakers werkplaats, die door hem op den . . . , derhalve na 1 Januari 1897 in werking is gebracht, terwijl hij voorgaf, dat drukke werkzaamheden het noodzakelijk maakten om een grooter aantal arbeiders in zijn dienst te nemen dan de beschikbare ruimte van het arbeidslokaal volgens de wet toeliet.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten