Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 20 der Wet op Yereeniging en Vergadering.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) was ik (naam, qualiteit en woonplaats) tegenwoordig bij een in de zaal van het, aan de

. . . . straat te gelegen, café van B . . . .

A ... . eenige dagen tevoren door middel van strooibiljetten bekend gemaakte gehouden openbare politieke vergadering, in welk gebouw als spreker optrad N . . . N . . . , oud . jaar,van beroep . . . . , wonende te , die een rede

voering over den politieken toestand des lands hield.

Inmiddels zag ik, dat zich in die vergadering een korporaal der Infanterie ophield, welke een op de gewone wijze aan een koppel bevestigden sabel droeg.

Ik maakte dien persoon, welke mij opgaf genaamd te zijn R . . . R . . . , geboren te ... . den . . . . 18 . , milicien-korporaal bij het . . Regiment Infanterie . . Bat. . . Compagnie, in garnizoen te . . . . , er attent op, dat het voor hem verboden was in deze vergadering een wapen te dragen, waarop hij mij te kennen gaf, dat hij zulks niet had geweten.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den . . . . 19 (Handteekening).

Sluiten