Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 1 der Yogelenwet. Zie artikel 3 K. B. van 2i October 1892.

Op den (datum, jaar met tijdsbepaling) bevond ik (naam, qualiteit en woonplaats) mij op den openbaren weg genaamd . . . .

onder de gemeente en zag ik, dat een mij aldaar

passeerend onbekend manspersoon in een bij zich dragende mand vier levende in 't wild levende vogels, zwarte lijsters, merels of gietelingen (turdus merula) vervoerde.

Ik hield dezen persoon staande, welke mij desgevraagd opgaf genaamd te zijn A . . . B . . . , geboren te ... . den .... 18 . , van beroep . . . . , wonende te

, en heb de door hem vervoerde vogels, waarvan hij

mij de herkomst weigerde op te geven, die genoemd worden in het Koninklijk Besluit van den 24 October 1892 (Stbl. 236) als op dit tijdstip nuttig voor landbouw of houtteelt, in beslag genomen, en daarna in vrijheid gesteld.

Waarvan door mij op afgelegden ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt.

. . . . den .... 19 . .

(Handteekening)

Sluiten